Historie
Terwinselen.
Een overzicht in beeld en verhalen over het ontstaan van een dorp. Terwinselen is ontstaan door de mijnindustrie. De mensen die werkten in de staatsmijn Wilhelmina, hadden een kerk nodig en Pastoor Spierts kreeg de opdracht om een kerk te bouwen, een school een pastorie en een huis voor de arts van het dorp. Alleen die arts heeft er nooit gewoond. Eerst de mijnarts dokter Berger, daarna de mijnarts dokter Meesters. Men ziet de veranderingen van een dorp. Die haar verenigingen had en bedrijven en de mensen die het dorp groot maakte.
Historie Terwinselen telt momenteel 95 pagina's.
De kaart is de kaart van Terwinselen van 1963. Hij werd gevonden in een oude archiefkast van de gemeente Kerkrade.
In 1963 kwam ik van de lagereschool af.
Ik ben Vincent Crutzen de maker van deze site.
Ik ben geboren in Terwinselen Maarstraat 67.
In 1956 verhuisde we naar Maarstraat 52 in een driemansruil met de familie Kandelaar en Ederveen.
In 1968 zijn we verhuist naar (Oude) Tunnelweg 26. Het huis van mijn Oma en Opa, die naar het bejaardenhuis gingen.
In 1985 na een verblijf van 34 jaar verhuisde ik naar Bleijerheide. Nu woon ik alweer sinds 1994 in Heerlen.
Terwinselen is een belangrijk deel van mijn leven geweest. Opgegroeid in een, toen kinderrijke straat, de Maarstraat, een hechte gemeenschap van mensen. De straat was eigenlijk een nieuwbouw wijk, in die tijd en dat is nu nog te zien, en op de kaart van 1963 zeker. De Maarstraat en een stukje van de Caumerstraat is in 1948 gebouwd door Thuis Best.
Mijn jeugd was niet de gemakkelijkste, maar dat zal wel bij meer kinderen geweest zijn. Het hoorde bij het tijdsbeeld.Ik heb er toch mooie herinneringen aan over gehouden, ook omdat mijn Oma en mijn (stief) Opa er gewoond hebben, Tante Bertha met Ome Hub en Tante Maria met Ome Wiel (breiwinkel) is Terwinselen altijd in mijn hart gebleven. Ik heb nog steeds een band met mensen uit die Maarstraat van vroeger. Ik maak met plezier deze site.
En ik wens iedereen die deze site bezoekt veel kijk- lees- en luisterplezier toe.
Een overzicht in beeld en verhalen over het ontstaan van een dorp. Terwinselen is ontstaan door de mijnindustrie. De mensen die werkten in de staatsmijn Wilhelmina, hadden een kerk nodig en Pastoor Spierts kreeg de opdracht om een kerk te bouwen, een school een pastorie en een huis voor de arts van het dorp. Alleen die arts heeft er nooit gewoond. Eerst de mijnarts dokter Berger, daarna de mijnarts dokter Meesters. Men ziet de veranderingen van een dorp. Die haar verenigingen had en bedrijven en de mensen die het dorp groot maakte.
Historie Terwinselen telt momenteel 95 pagina's.
De kaart is de kaart van Terwinselen van 1963. Hij werd gevonden in een oude archiefkast van de gemeente Kerkrade.
In 1963 kwam ik van de lagereschool af.
Ik ben Vincent Crutzen de maker van deze site.
Ik ben geboren in Terwinselen Maarstraat 67.
In 1956 verhuisde we naar Maarstraat 52 in een driemansruil met de familie Kandelaar en Ederveen.
In 1968 zijn we verhuist naar (Oude) Tunnelweg 26. Het huis van mijn Oma en Opa, die naar het bejaardenhuis gingen.
In 1985 na een verblijf van 34 jaar verhuisde ik naar Bleijerheide. Nu woon ik alweer sinds 1994 in Heerlen.
Terwinselen is een belangrijk deel van mijn leven geweest. Opgegroeid in een, toen kinderrijke straat, de Maarstraat, een hechte gemeenschap van mensen. De straat was eigenlijk een nieuwbouw wijk, in die tijd en dat is nu nog te zien, en op de kaart van 1963 zeker. De Maarstraat en een stukje van de Caumerstraat is in 1948 gebouwd door Thuis Best.
Mijn jeugd was niet de gemakkelijkste, maar dat zal wel bij meer kinderen geweest zijn. Het hoorde bij het tijdsbeeld.Ik heb er toch mooie herinneringen aan over gehouden, ook omdat mijn Oma en mijn (stief) Opa er gewoond hebben, Tante Bertha met Ome Hub en Tante Maria met Ome Wiel (breiwinkel) is Terwinselen altijd in mijn hart gebleven. Ik heb nog steeds een band met mensen uit die Maarstraat van vroeger. Ik maak met plezier deze site.
En ik wens iedereen die deze site bezoekt veel kijk- lees- en luisterplezier toe.
Terwinselen
heeft haar naam te danken aan de Winselerhoeve Op internet vond ik
een stukje geschiedenis
GESCHIEDENIS DE WINSELERHOF
Bron: winselerhof.nl
1. OUDSTE GESCHIEDENIS.
De Winselerhof is een der oudste boerderijen in de omgeving van Kerkrade. (Sinds de gemeentelijke herindeling per 1982 ligt de hoeve binnen de grenzen van de nieuwe gemeente Landgraaf).
De Winselerhof ligt in de uiterste zuidhoek van het Strijthager-dal.
In zijn kelder en rondom zijn gebouwen ontspringt de Strijthagerbeek, die noord-oostwaarts uitmondt in de Worm (of Wurm).
De beschutting van het dal, ontspringend water en vruchtbare grond maken het aannemelijk, dat op en nabij deze plek reeds in de prehistorie mensen hebben gewoond.
Dat is ook gebleken toen in de twintiger jaren bij spitwerk door de kinderen Keybets ( de laatste eigenaar-boer van de hoeve) op de hoogte ten zuiden van de hof richting Terwinseler-kerk urnen gevonden werden.
Even ten noorden van de Winselerhof zijn in 1922 bij opgravingen resten gevonden van een Romeinse villa. Dit landhuis lag op de hoogte aan de rand van het Strijthager dal, 150
meter van de nabijgelegen Overstehof vandaan, tussen de Romeinse heirbaan (heir = leger) van Keulen via Rimburg aan de Worm, Nieuwenhagen, Heerlen (Coriovallum) en Maastricht naar Tongeren en de andere heirbaan vanuit Aken via Heerlen en Maastricht naar Tudderen.
In de stookplaats van de villa werd steenkool aangetroffen. Gebruiksvoorwerpen en andere vondsten werden een tijdlang bewaard in het toenmalige Vogelmuseum van Kasteel Oud Erenstein, enkele kilometers oostwaarts gelegen.
De villaresten zijn verdwenen onder de steenberg van de toenmalige Staatsmijn Wilhelmina, evenals het gros der landerijen van de Overstehof.
2. MIDDELEEUWEN
In de latere Middeleeuwen komen wij de Winselerhof voor het eerst tegen in de geschiedschrijving.
Volgens de "Annales Rodenses" schenkt de graaf van Saffenburg aan de abt Richerus van de Abdij Rode (Rolduc) in 1155 zeven morgen land "bij Winzeler aan gene zijde van de Anstel", als compensatie voor de teruggave van een parochiekerk.
De naam is waarschijnlijk ontleend aan het Duitse woord "Winzer", wijnbouwer.
Uit oude kadasterkaarten blijkt dat tegen de noord-west-wand van het dal op enkele honderden meters van de hoeve vandaan druiven geteeld werden.
Blijkbaar was dat al zo in de Middeleeuwen.
"Wenselen" komen wij opnieuw tegen in 1312 als Beatrijs van Anstel de hof (ook wel "Clein Winzeln" genoemd) als leen verheft voor Hertog Jan III van Brabant (1312-1350). Die datum 1312 wordt overigens ook als ontstaansdatum voor het nabijgelegen kasteel Strijthagen genoemd.
Winselerhof en kasteel Strijthagen hebben in de loop der eeuwen veel met elkaar van doen gehad.
(Mede dankzij de Duitse troonstrijd vanaf 1197 waren achtereenvolgende hertogen van Brabant (te beginnen met Hendrik I in 1190) in staat, hun gebied geleidelijk uit te breiden richting het belangrijkste handelscentrum Maastricht en iets later rond de handelsweg tussen Keulen en Brabant-Vlaanderen, dus rond Heerlen-Kerkrade-Aken. Dat gebeurde ten koste van gebieden en invloeden van de Graaf van Gelre, de Hertog van Limburg (aan de Vesdre) en de prinsbisschop van Luik. Aan het eind van de Limburgse Successie-oorlogen in 1288 kreeg de Brabantse hertog
o.a. de zeggenschap over het land van 's Hertogenrade).
3. EIGENAREN EN PACHTERS
In diverse stukken sinds de Annales Rodensus wordt de Winselerhof iet wat anders benoemd of geschreven: in 1312 Wenselen, in 1489 Zo der Wientzelen en ook winselen, in 1706 Wintzelen, in 1752 Wentzlerhoff, in 1785 Wenzelerhoff en ook Wentzeler, nog later Winselaar en nu in onze jaren Winselerhof.
Enige eigenaren op een rijtje:
Rond 1155 was dat Graaf van Saffenburg, rond 1312 Beatrijs van Anstel en in 1481 verkocht Johan Bastard van Nuth, zoon van Reinard, zes mud lijfpacht op de hoeve Winzeler aan den jonker Werner van Bronkhorst tot Gronsveld. Een gedeelte van Winselerhof, het zogenaamde Kleine Winzelen, bleef leenplichtig aan de Abdij Kloosterrade en behoorde in de 17e en 18e eeuw aan de eigenaren van de Winselerhof.
Klein Winzelen werd in 1718 verheven door de weduwe van den Vorst van Dietrichtstein geboren prinses von Salm, in 1732 door de Prinses de Ligne geboren prinses von Salm, in 1740 door den Prins den Ligne en in 1779 door Nicolaas Willems, heer van Amstenrade. Den 22sten november 1788 verhief de gravin Victoir d'Amstenrade het leen bij haar gevolmachtigden J.W. Frissen voor de laatste keer. In 1794 veroverden de Franse republikeinse legers Limburg.
(Het was overigens gebruikelijk in die tijd, dat de boeren pachtcontracten kregen van 12 jaar, eventueel met zes jaar verlengd, ingaande met Sint Remigius, 1 oktober, wanneer ook de jaarlijkse pacht betaald moest worden. Eventuele verhuizingen van pachters vonden dan ook op dezelfde dag plaats).
Rond 1900 was graaf de Marchant et d'Ansembourg uit Dikkelvenne (nabij Brussel) de eigenaar. Winselerhof was toen blijkens een kadaster kaart bijna 71 hectares groot, waarvan 47 in de gemeente Kerkrade, 23 in Schaesberg en 1 in Heerlen.
In 1899 begon de staatsmijn Wilhelmina zijn werkzaamheden en kocht een groot gedeelte van de landerijen ten westen van de hof op.
In 1919 kocht bouwpastoor Hubert Spierts (een boer van de boerin) 10 ha. voor de oprichting van zijn parochiedorp Terwinselen, genoemd dus naar de Winselerhof.
Tegelijkertijd verkocht de graaf de hof en de rest der landerijen (ruim 23 ha.) aan zijn toenmalige pachter dhr. Joseph Keybets, op 01.10.1919.
Van 1927 tot 1943 was zijn weduwe Keybets-Spierts eigenaresse, vanaf 1943 tezamen met haar kinderen, met name haar zoons Joseph (die in 1943 introuwde) en Hubert. Deze laatste was vanaf 1945 enige pachter en mede-eigenaar. Tezamen met de andere erfgenamen verkocht hij de Winselerhof met 14 ha. land eind 1965 aan de gemeente Kerkrade.
De gemeente Kerkrade probeerde de snel in verval rakende hoeve vanaf 1973 te verkopen (de landerijen werden toegevoegd aan het industrieterrein van Dentgenbach) en vanaf 1975 te restaureren en te verbouwen tot een meer-wooneenheden- en kunstenaarscentrum. Er kwamen evenwel geen subsidies los voor de benodigde vier miljoen kosten.
Bij de gemeentelijke herindeling per 1982 werd de gemeente Landgraaf eigenaar. Er lagen toen plannen voor de renovatie van de hoeve tot ruitersportcentrum (die gerealiseerd werd in en rond de naastgelegen Overstehof).
In 1983 droeg de gemeente Landgraaf de Winselerhof over aan de Limburgse Monumenten Stichting. In 1985 kwam vijf miljoen subsidie vrij van het rijk en vier miljoen (alvast) van de Exploitatiemaatschappij Winselerhof B.V., die in september 1986 - o.l.v. dhr. Camille Oostwegel - haar internationaal hotel-restaurant-congrescentrum "Winselerhof" opende.
Voor de genealogisch geïnteresseerde lezers volgt hier een overzicht van de pachters op de Winselerhof, voor zover eerdere onderzoekers dat konden achterhalen:
1707: Leonard Lambert Schleipers, X 11706 met Catharina Scheeren
1719: Johan Scheeren, X met Catharina Crutzer
1744: Herman Quaedflieg (+ 15.03.1759), x met Elisa Cloots (+ 1781)
1782: Maria Josepha Quaedflieg, x met Cloots
1784: Alterius Quaedflieg, x met Crijs
1787: J. Quaedflieg (schepen, + 1791 te Wentzlerhoff), x met M. Crijns
1795: J. Quaedflieg, x met M. Widdershoven van Imstenradt
1806: Mathias Christiaan Savelberg (*25.12.1792 Heerlen), x met Maria Louis de la Haye
(* 25.09.1798 Nuth)
1846: Willem Hendrik Joseph Savelberg (*21.08.1824 Kerkrade)
1858: Leonard Joseph Hubert Keybets (*02.08.1827 Nieuwenhagen, + 1883), x met Clara Sophia Josepha Savelberg (*01.11.1826 Kerkrade)
1889: Nicolaas Joseph Keybets (*14.06.1864 Kerkrade, + 15.04.1927 Heerlen), x met Maria Catharina Hubertina Spierts (*15.11.1871 Mamelis Vaals, + 10.05.1959 Voerendaal); Joseph Keybets kocht de Winselerhof 01.10.1919
1927: Zijn weduwe nam de hoeve in 1927 over, in 1943 tezamen met haar zoons Joseph en Hubert
1945: Mede-eigenaar en per 1945 enige pachter Leonard Joseph Hubert Keybets (*18.03.1905), x 18.04.1950 met Justine Christina Reinartz (*16.10.1908 Einighausen) woonde zelf op de Winselerhof tot 1957, daarna werd de hoeve bewoond door zijn knecht dhr. H. Verhagen en zijn vrouw.
Bij de koop in 1965 door de gemeente Kerkrade konden deze laatsten gratis blijven wonen en werken, totdat eind 1985 de weduwe Verhagen op last van de Limburgse Monumenten Stichting terugging naar haar Brabants geboortedorp.
4. MONUMENT WINSELERHOF
Wij citeren uit de Rijksuitgave "Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst" van 1962:
"De Terwinselerhof, ook genoemd Winselaar, Wenselen enz. , gelegen aan de grens van de gemeente Schaesberg, vormt en fel contrast met het naburige mijnencomplex van de Staatsmijn Wilhelmina.
Zij is grotendeels gebouwd uit baksteen om een gesloten binnenplaats en afgedekt met pannen zadeldaken.
Het woonhuis van een verdieping, XVII 8, heeft overwegend houten kruiskozijnen onder ontlastingsbogen, sommige nog met luiken. In de topgevel drie kleine vensters in geblokte hardstenen omlijstingen.
De binnenplaatsgevel van de tegenover het woonhuis gelegen schuur bestaat tot ongeveer anderhalve meter hoogte uit baksteen met hoekblokken van hardsteen langs beide poorten. Daarboven is de gevel uitgevoerd in vakwerk.
De kelders zijn overkluisd met kruisgewelven - twee traveéen, respectievelijk vier op een vierkante middenpijler - van baksteen met afgeschuinde mergelribben en bakstenen gordelbogen.
Een brede stenen wenteltrap voert uit de kelder naar boven, waar zich de moerbalkzolderingen bevinden en voorts een eenvoudige schouw en twee eenvoudige houten ondermantels.
De hoeve was in Brabants leen; in 1312 is er reeds sprake van een klein Winzeln.
In de hoeve wordt een houten corpus, XVII, bewaard, afkomstig van een kruis dat in de buurt gestaan heeft op het kruispunt Tunnelweg - Terwinselerweg - Strijthagenweg".
Aansluitend een aantal bijzonderheden en aanvullingen, opgetekend uit de mond van de laatste eigenaar-boer, dhr. Hubert Keybets, aldaar ook geboren.
De hoeve werd ten dele gebouwd uit ter plaatse gegraven en gebakken veldbrand stenen. De "Brikkenoven" lag tot ongeveer aan de eeuwwisseling in het veld tegenover het kruis bij de oprijlaan, naderhand lag de oven achter de schuur.
Gelet op het iets wat primitieve kapwerk (vergeleken met dat boven de paardenstallen in de westvleugel) moet de oostvleugel (achterstallen voor varkens en schapen) het oudste gedeelte van de bestaande hoeve zijn; hij herinnert zich uit zijn jeugdjaren dat de zuid-zijgevel hiervan zelfs een keienmuur was met een oud bakoventje dat toen nog voor de bereiding van varkensvoer werd gebruikt.
Buiten die oostvleugel werden bij het graven van enkele silo's in de veertiger jaren funderingen gevonden van mergelsteen; blijkbaar heeft de hoeve of een gedeelte daarvan eerst iets oostelijker gelegen, dichter bij ook een groot bakhuis met schuurzolder (dubbel zo groot als het huidige bakhuis) dat even noordwaarts aan het stroompje en vijver lag (tot 1892).
De westvleugel (vooral paardenstallen) dateert met het woonhuis uit 17..; dat jaartal - herinnert hij zich - stond op de ijzeren klepel van de grote toegangspoort.
Tot 1892 bestond de hoeve - behoudens woonhuis en paardenstallen - uit muren met houten vakwerk. De totale hoeve was overdekt met strooien daken.
(De soliede houten vakwerkopbouw werd gevuld met wilgen vlechtwerk en dichtgesmeerd met leem waarin strosnippers en soms koeienmest - als lijm - verwerkt waren. De muren werden jaarlijks met witte kalk geverfd, het houtwerk met carboleum).
Op last van graaf de Marchant et d'Ansembourg werd de hoeve in 1892 door zijn pachter Joseph Keybets en een aannemer uit Bocholtz gerestaureerd.
De kepers van het woonhuis werden gebruikt voor herstel van andere daken en uit de Ardennen
werden 12 meter lange nieuwe kepers gehaald voor het woonhuis. De strooien daken werden vervangen door pannen.
Het huidige bakhuis werd gebouwd en op de binnenhof werd de eerste gierkelder gemetseld (steen, kalk en zand). De versleten mergelstenen omlijsting van de toegangspoort werd vervangen door eenvoudig metselwerk op hardstenen hoekblokken, evenzo de vakwerkmuren der stallen in de oostvleugel. De schapenopstal alhier werd in gebruik genomen als runderstal.
Ter financiering van het geheel verkocht de graaf alle reusachtige eiken die langs de oprijlaan en rond de hoeve stonden. Zij werden vervangen door de bomen die er nu (ten dele) nog staan.
De hoeve lag begin deze eeuw nog direct in de luwte van de zuid-oostelijke "hoog-vlakte" (6 meter hoog). In die wand zat en zit grind.
Tot eind dertiger jaren exploiteerde Winselerhof zijn eigen grindgroeve, gelegen pal voor zijn woonhuis, in de driehoek die naderhand moestuin werd, onder een kleilaag van slechts één meter. Na de oorlog werd deze grindgroeve verpacht aan een particulier, die zeer modern d.w.z
mechanisch te werk ging (zelfs de staatsmijn had toen zo'n werktuig niet). Voordat het asfalt kwam werden alle wegen in Terwinselen met grind uit deze groeve verhard.
De afgraving breidde zich noord-oostelijk uit, totdat de kleilaag zo'n twee-en-een-halve meter dik werd.
In 1920 vond na de overname door Joseph Keybets een uitbreiding van het woonhuis plaats. Er werd een voordeur naar de tuin gemaakt (voorheen was het woonhuis uitsluitend via de west-poort en binnenhof bereikbaar) en boven de koeienstal werden drie slaapkamers plus badkamer gemaakt. In het woonhuis lagen al twee slaapkamers gelijkvloers (op verdieping hebben nooit slaapkamers gelegen, wel een enorme zolder).
De slaapruimte(n) voor de knechten in de west-vleugel tussen kippenstal en veulenstal verhuisde naar de verdieping; op de begane grond was het te vochtig.
De Mestvaalt op het binnenhof verdween nu helemaal en werd vervangen door een plantentuin.
(Vroeger - tot aan de uitvinding van de kunstmest - was de natuurlijke mest van levensbelang voor de vruchtbaarheid der landerijen. Volgen de pachtcontracten moest ook alle stro tot mest verwerkt worden. Elke boerderij voorzag dan ook via een uitgekiende verhouding van veeteelt en akkerbouw primair in zijn eigen behoeften aan veevoeder en mest).
Na 1920 is er nauwelijks nog verbouwd, wel werden enkele ruimten voor andere doeleinden in gebruik genomen; de west-inbouw van de schuur voor opslag van machinerieën en een gedeelte van de runderstal voor de opslag van aardappelen. Naarmate de staatsmijn tot 1948 land van de Winselerhof opkocht, werden minder melkkoeien gehouden en meer aardappels geteeld. In 1943 waren 35 ha. in gebruik, in 1960 nog 23 waarvan 9 gepacht.
De mijnschade vanwege grondverzakkingen aan de gebouwen gedurende de laatste decennia was groot. Het oostelijk gedeelte van de schuur stortte in 1981 in. De bodem schijnt twee meter verzakt te zijn.
Nog enkele afmetingen (gegevens uit 1960):
*woonhuis 2310m3 + schuur 3400m3 + varkensstallen 1375m3 + koestal 1260m3 +
twee bergplaatsen 800m3 = tezamen 9145m3.
Volgens de gemeente Kerkrade 10.1973: totaal 9650m3.
De huidige bouw zal ongeveer 11000m3 groot zijn.
Enkele financiële:
Mijn moeder Clara werd evenals oom Hubert op Winselerhof geboren. Tot 1887 werd door hun grootvader Leonard Keybets de pacht in het najaar te paard via Hasselt (overnachting en ruilpaard) naar de graaf die nabij Brussel woonde gebracht.
Tot ± 1900 werden zelfgemaakte boter, fruit, eieren e.d. iedere week per sjees naar Aken gebracht en daar op de markt en in enkele winkels verkocht. Een enkele keer werd dit door een der dienstmeisjes gedaan. De spullen werden dan in een mand gestopt die door het meisje op het hoofd (speciaal hoofdkussen) of aan de arm gedragen werd. In Aken werden ook de nodige bankzaken afgehandeld, wat op het eind van de eerste wereldoorlog bij de keldering van de markt een financiële strop voor de familie Keybets betekende (net toen de Winselerhof gekocht werd).
"Opa" Joseph Keybets was gemeenteraadslid van Kerkrade en sprak vloeiend Frans. Voor zijn hulp bij de Kerkraadse opvang van Belgische evacuees kreeg hij in 1923 namens de Belgische koning een oorkonde en medaille.
Overigens, diezelfde graaf de Marchant et d'Ansembourg uit Dikkelvenne dan wel een zoon of een ander familielid bewoonde (later) Kasteel Revieren (gemeente Klimmen) en een vrouwelijk familielid bewoonde Kasteel Puth (te Voerendaal). Op de hoeve van Kasteel Revieren werd mijn vader Joseph Snijders geboren.
Het idee tot het schrijven van deze geschiedenis van over de Winselerhof is geboren bij de voorbereiding van het diamanten huwelijksfeest van mijn ouders, dit jaar.
GESCHIEDENIS DE WINSELERHOF
Bron: winselerhof.nl
1. OUDSTE GESCHIEDENIS.
De Winselerhof is een der oudste boerderijen in de omgeving van Kerkrade. (Sinds de gemeentelijke herindeling per 1982 ligt de hoeve binnen de grenzen van de nieuwe gemeente Landgraaf).
De Winselerhof ligt in de uiterste zuidhoek van het Strijthager-dal.
In zijn kelder en rondom zijn gebouwen ontspringt de Strijthagerbeek, die noord-oostwaarts uitmondt in de Worm (of Wurm).
De beschutting van het dal, ontspringend water en vruchtbare grond maken het aannemelijk, dat op en nabij deze plek reeds in de prehistorie mensen hebben gewoond.
Dat is ook gebleken toen in de twintiger jaren bij spitwerk door de kinderen Keybets ( de laatste eigenaar-boer van de hoeve) op de hoogte ten zuiden van de hof richting Terwinseler-kerk urnen gevonden werden.
Even ten noorden van de Winselerhof zijn in 1922 bij opgravingen resten gevonden van een Romeinse villa. Dit landhuis lag op de hoogte aan de rand van het Strijthager dal, 150
meter van de nabijgelegen Overstehof vandaan, tussen de Romeinse heirbaan (heir = leger) van Keulen via Rimburg aan de Worm, Nieuwenhagen, Heerlen (Coriovallum) en Maastricht naar Tongeren en de andere heirbaan vanuit Aken via Heerlen en Maastricht naar Tudderen.
In de stookplaats van de villa werd steenkool aangetroffen. Gebruiksvoorwerpen en andere vondsten werden een tijdlang bewaard in het toenmalige Vogelmuseum van Kasteel Oud Erenstein, enkele kilometers oostwaarts gelegen.
De villaresten zijn verdwenen onder de steenberg van de toenmalige Staatsmijn Wilhelmina, evenals het gros der landerijen van de Overstehof.
2. MIDDELEEUWEN
In de latere Middeleeuwen komen wij de Winselerhof voor het eerst tegen in de geschiedschrijving.
Volgens de "Annales Rodenses" schenkt de graaf van Saffenburg aan de abt Richerus van de Abdij Rode (Rolduc) in 1155 zeven morgen land "bij Winzeler aan gene zijde van de Anstel", als compensatie voor de teruggave van een parochiekerk.
De naam is waarschijnlijk ontleend aan het Duitse woord "Winzer", wijnbouwer.
Uit oude kadasterkaarten blijkt dat tegen de noord-west-wand van het dal op enkele honderden meters van de hoeve vandaan druiven geteeld werden.
Blijkbaar was dat al zo in de Middeleeuwen.
"Wenselen" komen wij opnieuw tegen in 1312 als Beatrijs van Anstel de hof (ook wel "Clein Winzeln" genoemd) als leen verheft voor Hertog Jan III van Brabant (1312-1350). Die datum 1312 wordt overigens ook als ontstaansdatum voor het nabijgelegen kasteel Strijthagen genoemd.
Winselerhof en kasteel Strijthagen hebben in de loop der eeuwen veel met elkaar van doen gehad.
(Mede dankzij de Duitse troonstrijd vanaf 1197 waren achtereenvolgende hertogen van Brabant (te beginnen met Hendrik I in 1190) in staat, hun gebied geleidelijk uit te breiden richting het belangrijkste handelscentrum Maastricht en iets later rond de handelsweg tussen Keulen en Brabant-Vlaanderen, dus rond Heerlen-Kerkrade-Aken. Dat gebeurde ten koste van gebieden en invloeden van de Graaf van Gelre, de Hertog van Limburg (aan de Vesdre) en de prinsbisschop van Luik. Aan het eind van de Limburgse Successie-oorlogen in 1288 kreeg de Brabantse hertog
o.a. de zeggenschap over het land van 's Hertogenrade).
3. EIGENAREN EN PACHTERS
In diverse stukken sinds de Annales Rodensus wordt de Winselerhof iet wat anders benoemd of geschreven: in 1312 Wenselen, in 1489 Zo der Wientzelen en ook winselen, in 1706 Wintzelen, in 1752 Wentzlerhoff, in 1785 Wenzelerhoff en ook Wentzeler, nog later Winselaar en nu in onze jaren Winselerhof.
Enige eigenaren op een rijtje:
Rond 1155 was dat Graaf van Saffenburg, rond 1312 Beatrijs van Anstel en in 1481 verkocht Johan Bastard van Nuth, zoon van Reinard, zes mud lijfpacht op de hoeve Winzeler aan den jonker Werner van Bronkhorst tot Gronsveld. Een gedeelte van Winselerhof, het zogenaamde Kleine Winzelen, bleef leenplichtig aan de Abdij Kloosterrade en behoorde in de 17e en 18e eeuw aan de eigenaren van de Winselerhof.
Klein Winzelen werd in 1718 verheven door de weduwe van den Vorst van Dietrichtstein geboren prinses von Salm, in 1732 door de Prinses de Ligne geboren prinses von Salm, in 1740 door den Prins den Ligne en in 1779 door Nicolaas Willems, heer van Amstenrade. Den 22sten november 1788 verhief de gravin Victoir d'Amstenrade het leen bij haar gevolmachtigden J.W. Frissen voor de laatste keer. In 1794 veroverden de Franse republikeinse legers Limburg.
(Het was overigens gebruikelijk in die tijd, dat de boeren pachtcontracten kregen van 12 jaar, eventueel met zes jaar verlengd, ingaande met Sint Remigius, 1 oktober, wanneer ook de jaarlijkse pacht betaald moest worden. Eventuele verhuizingen van pachters vonden dan ook op dezelfde dag plaats).
Rond 1900 was graaf de Marchant et d'Ansembourg uit Dikkelvenne (nabij Brussel) de eigenaar. Winselerhof was toen blijkens een kadaster kaart bijna 71 hectares groot, waarvan 47 in de gemeente Kerkrade, 23 in Schaesberg en 1 in Heerlen.
In 1899 begon de staatsmijn Wilhelmina zijn werkzaamheden en kocht een groot gedeelte van de landerijen ten westen van de hof op.
In 1919 kocht bouwpastoor Hubert Spierts (een boer van de boerin) 10 ha. voor de oprichting van zijn parochiedorp Terwinselen, genoemd dus naar de Winselerhof.
Tegelijkertijd verkocht de graaf de hof en de rest der landerijen (ruim 23 ha.) aan zijn toenmalige pachter dhr. Joseph Keybets, op 01.10.1919.
Van 1927 tot 1943 was zijn weduwe Keybets-Spierts eigenaresse, vanaf 1943 tezamen met haar kinderen, met name haar zoons Joseph (die in 1943 introuwde) en Hubert. Deze laatste was vanaf 1945 enige pachter en mede-eigenaar. Tezamen met de andere erfgenamen verkocht hij de Winselerhof met 14 ha. land eind 1965 aan de gemeente Kerkrade.
De gemeente Kerkrade probeerde de snel in verval rakende hoeve vanaf 1973 te verkopen (de landerijen werden toegevoegd aan het industrieterrein van Dentgenbach) en vanaf 1975 te restaureren en te verbouwen tot een meer-wooneenheden- en kunstenaarscentrum. Er kwamen evenwel geen subsidies los voor de benodigde vier miljoen kosten.
Bij de gemeentelijke herindeling per 1982 werd de gemeente Landgraaf eigenaar. Er lagen toen plannen voor de renovatie van de hoeve tot ruitersportcentrum (die gerealiseerd werd in en rond de naastgelegen Overstehof).
In 1983 droeg de gemeente Landgraaf de Winselerhof over aan de Limburgse Monumenten Stichting. In 1985 kwam vijf miljoen subsidie vrij van het rijk en vier miljoen (alvast) van de Exploitatiemaatschappij Winselerhof B.V., die in september 1986 - o.l.v. dhr. Camille Oostwegel - haar internationaal hotel-restaurant-congrescentrum "Winselerhof" opende.
Voor de genealogisch geïnteresseerde lezers volgt hier een overzicht van de pachters op de Winselerhof, voor zover eerdere onderzoekers dat konden achterhalen:
1707: Leonard Lambert Schleipers, X 11706 met Catharina Scheeren
1719: Johan Scheeren, X met Catharina Crutzer
1744: Herman Quaedflieg (+ 15.03.1759), x met Elisa Cloots (+ 1781)
1782: Maria Josepha Quaedflieg, x met Cloots
1784: Alterius Quaedflieg, x met Crijs
1787: J. Quaedflieg (schepen, + 1791 te Wentzlerhoff), x met M. Crijns
1795: J. Quaedflieg, x met M. Widdershoven van Imstenradt
1806: Mathias Christiaan Savelberg (*25.12.1792 Heerlen), x met Maria Louis de la Haye
(* 25.09.1798 Nuth)
1846: Willem Hendrik Joseph Savelberg (*21.08.1824 Kerkrade)
1858: Leonard Joseph Hubert Keybets (*02.08.1827 Nieuwenhagen, + 1883), x met Clara Sophia Josepha Savelberg (*01.11.1826 Kerkrade)
1889: Nicolaas Joseph Keybets (*14.06.1864 Kerkrade, + 15.04.1927 Heerlen), x met Maria Catharina Hubertina Spierts (*15.11.1871 Mamelis Vaals, + 10.05.1959 Voerendaal); Joseph Keybets kocht de Winselerhof 01.10.1919
1927: Zijn weduwe nam de hoeve in 1927 over, in 1943 tezamen met haar zoons Joseph en Hubert
1945: Mede-eigenaar en per 1945 enige pachter Leonard Joseph Hubert Keybets (*18.03.1905), x 18.04.1950 met Justine Christina Reinartz (*16.10.1908 Einighausen) woonde zelf op de Winselerhof tot 1957, daarna werd de hoeve bewoond door zijn knecht dhr. H. Verhagen en zijn vrouw.
Bij de koop in 1965 door de gemeente Kerkrade konden deze laatsten gratis blijven wonen en werken, totdat eind 1985 de weduwe Verhagen op last van de Limburgse Monumenten Stichting terugging naar haar Brabants geboortedorp.
4. MONUMENT WINSELERHOF
Wij citeren uit de Rijksuitgave "Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst" van 1962:
"De Terwinselerhof, ook genoemd Winselaar, Wenselen enz. , gelegen aan de grens van de gemeente Schaesberg, vormt en fel contrast met het naburige mijnencomplex van de Staatsmijn Wilhelmina.
Zij is grotendeels gebouwd uit baksteen om een gesloten binnenplaats en afgedekt met pannen zadeldaken.
Het woonhuis van een verdieping, XVII 8, heeft overwegend houten kruiskozijnen onder ontlastingsbogen, sommige nog met luiken. In de topgevel drie kleine vensters in geblokte hardstenen omlijstingen.
De binnenplaatsgevel van de tegenover het woonhuis gelegen schuur bestaat tot ongeveer anderhalve meter hoogte uit baksteen met hoekblokken van hardsteen langs beide poorten. Daarboven is de gevel uitgevoerd in vakwerk.
De kelders zijn overkluisd met kruisgewelven - twee traveéen, respectievelijk vier op een vierkante middenpijler - van baksteen met afgeschuinde mergelribben en bakstenen gordelbogen.
Een brede stenen wenteltrap voert uit de kelder naar boven, waar zich de moerbalkzolderingen bevinden en voorts een eenvoudige schouw en twee eenvoudige houten ondermantels.
De hoeve was in Brabants leen; in 1312 is er reeds sprake van een klein Winzeln.
In de hoeve wordt een houten corpus, XVII, bewaard, afkomstig van een kruis dat in de buurt gestaan heeft op het kruispunt Tunnelweg - Terwinselerweg - Strijthagenweg".
Aansluitend een aantal bijzonderheden en aanvullingen, opgetekend uit de mond van de laatste eigenaar-boer, dhr. Hubert Keybets, aldaar ook geboren.
De hoeve werd ten dele gebouwd uit ter plaatse gegraven en gebakken veldbrand stenen. De "Brikkenoven" lag tot ongeveer aan de eeuwwisseling in het veld tegenover het kruis bij de oprijlaan, naderhand lag de oven achter de schuur.
Gelet op het iets wat primitieve kapwerk (vergeleken met dat boven de paardenstallen in de westvleugel) moet de oostvleugel (achterstallen voor varkens en schapen) het oudste gedeelte van de bestaande hoeve zijn; hij herinnert zich uit zijn jeugdjaren dat de zuid-zijgevel hiervan zelfs een keienmuur was met een oud bakoventje dat toen nog voor de bereiding van varkensvoer werd gebruikt.
Buiten die oostvleugel werden bij het graven van enkele silo's in de veertiger jaren funderingen gevonden van mergelsteen; blijkbaar heeft de hoeve of een gedeelte daarvan eerst iets oostelijker gelegen, dichter bij ook een groot bakhuis met schuurzolder (dubbel zo groot als het huidige bakhuis) dat even noordwaarts aan het stroompje en vijver lag (tot 1892).
De westvleugel (vooral paardenstallen) dateert met het woonhuis uit 17..; dat jaartal - herinnert hij zich - stond op de ijzeren klepel van de grote toegangspoort.
Tot 1892 bestond de hoeve - behoudens woonhuis en paardenstallen - uit muren met houten vakwerk. De totale hoeve was overdekt met strooien daken.
(De soliede houten vakwerkopbouw werd gevuld met wilgen vlechtwerk en dichtgesmeerd met leem waarin strosnippers en soms koeienmest - als lijm - verwerkt waren. De muren werden jaarlijks met witte kalk geverfd, het houtwerk met carboleum).
Op last van graaf de Marchant et d'Ansembourg werd de hoeve in 1892 door zijn pachter Joseph Keybets en een aannemer uit Bocholtz gerestaureerd.
De kepers van het woonhuis werden gebruikt voor herstel van andere daken en uit de Ardennen
werden 12 meter lange nieuwe kepers gehaald voor het woonhuis. De strooien daken werden vervangen door pannen.
Het huidige bakhuis werd gebouwd en op de binnenhof werd de eerste gierkelder gemetseld (steen, kalk en zand). De versleten mergelstenen omlijsting van de toegangspoort werd vervangen door eenvoudig metselwerk op hardstenen hoekblokken, evenzo de vakwerkmuren der stallen in de oostvleugel. De schapenopstal alhier werd in gebruik genomen als runderstal.
Ter financiering van het geheel verkocht de graaf alle reusachtige eiken die langs de oprijlaan en rond de hoeve stonden. Zij werden vervangen door de bomen die er nu (ten dele) nog staan.
De hoeve lag begin deze eeuw nog direct in de luwte van de zuid-oostelijke "hoog-vlakte" (6 meter hoog). In die wand zat en zit grind.
Tot eind dertiger jaren exploiteerde Winselerhof zijn eigen grindgroeve, gelegen pal voor zijn woonhuis, in de driehoek die naderhand moestuin werd, onder een kleilaag van slechts één meter. Na de oorlog werd deze grindgroeve verpacht aan een particulier, die zeer modern d.w.z
mechanisch te werk ging (zelfs de staatsmijn had toen zo'n werktuig niet). Voordat het asfalt kwam werden alle wegen in Terwinselen met grind uit deze groeve verhard.
De afgraving breidde zich noord-oostelijk uit, totdat de kleilaag zo'n twee-en-een-halve meter dik werd.
In 1920 vond na de overname door Joseph Keybets een uitbreiding van het woonhuis plaats. Er werd een voordeur naar de tuin gemaakt (voorheen was het woonhuis uitsluitend via de west-poort en binnenhof bereikbaar) en boven de koeienstal werden drie slaapkamers plus badkamer gemaakt. In het woonhuis lagen al twee slaapkamers gelijkvloers (op verdieping hebben nooit slaapkamers gelegen, wel een enorme zolder).
De slaapruimte(n) voor de knechten in de west-vleugel tussen kippenstal en veulenstal verhuisde naar de verdieping; op de begane grond was het te vochtig.
De Mestvaalt op het binnenhof verdween nu helemaal en werd vervangen door een plantentuin.
(Vroeger - tot aan de uitvinding van de kunstmest - was de natuurlijke mest van levensbelang voor de vruchtbaarheid der landerijen. Volgen de pachtcontracten moest ook alle stro tot mest verwerkt worden. Elke boerderij voorzag dan ook via een uitgekiende verhouding van veeteelt en akkerbouw primair in zijn eigen behoeften aan veevoeder en mest).
Na 1920 is er nauwelijks nog verbouwd, wel werden enkele ruimten voor andere doeleinden in gebruik genomen; de west-inbouw van de schuur voor opslag van machinerieën en een gedeelte van de runderstal voor de opslag van aardappelen. Naarmate de staatsmijn tot 1948 land van de Winselerhof opkocht, werden minder melkkoeien gehouden en meer aardappels geteeld. In 1943 waren 35 ha. in gebruik, in 1960 nog 23 waarvan 9 gepacht.
De mijnschade vanwege grondverzakkingen aan de gebouwen gedurende de laatste decennia was groot. Het oostelijk gedeelte van de schuur stortte in 1981 in. De bodem schijnt twee meter verzakt te zijn.
Nog enkele afmetingen (gegevens uit 1960):
*woonhuis 2310m3 + schuur 3400m3 + varkensstallen 1375m3 + koestal 1260m3 +
twee bergplaatsen 800m3 = tezamen 9145m3.
Volgens de gemeente Kerkrade 10.1973: totaal 9650m3.
De huidige bouw zal ongeveer 11000m3 groot zijn.
Enkele financiële:
Mijn moeder Clara werd evenals oom Hubert op Winselerhof geboren. Tot 1887 werd door hun grootvader Leonard Keybets de pacht in het najaar te paard via Hasselt (overnachting en ruilpaard) naar de graaf die nabij Brussel woonde gebracht.
Tot ± 1900 werden zelfgemaakte boter, fruit, eieren e.d. iedere week per sjees naar Aken gebracht en daar op de markt en in enkele winkels verkocht. Een enkele keer werd dit door een der dienstmeisjes gedaan. De spullen werden dan in een mand gestopt die door het meisje op het hoofd (speciaal hoofdkussen) of aan de arm gedragen werd. In Aken werden ook de nodige bankzaken afgehandeld, wat op het eind van de eerste wereldoorlog bij de keldering van de markt een financiële strop voor de familie Keybets betekende (net toen de Winselerhof gekocht werd).
"Opa" Joseph Keybets was gemeenteraadslid van Kerkrade en sprak vloeiend Frans. Voor zijn hulp bij de Kerkraadse opvang van Belgische evacuees kreeg hij in 1923 namens de Belgische koning een oorkonde en medaille.
Overigens, diezelfde graaf de Marchant et d'Ansembourg uit Dikkelvenne dan wel een zoon of een ander familielid bewoonde (later) Kasteel Revieren (gemeente Klimmen) en een vrouwelijk familielid bewoonde Kasteel Puth (te Voerendaal). Op de hoeve van Kasteel Revieren werd mijn vader Joseph Snijders geboren.
Het idee tot het schrijven van deze geschiedenis van over de Winselerhof is geboren bij de voorbereiding van het diamanten huwelijksfeest van mijn ouders, dit jaar.
Nieuwe
dingen, veranderingen op de site, zal ik schrijven in
Nieuws.
Als er mensen zijn die nieuwtjes weten over Terwinselen van Nu en
Vroeger, dan zijn de berichten welkom. Ook deze zal ik in
Nieuws opschrijven.
Op de Nieuws site zit een RSS,
die automatisch bijhoudt of er nieuwe berichten zijn.
Safari van
Apple (ook voor Windows) of Firefox hebben
RSS.
Foto's kunnen opgestuurd worden, naar terwinselen@gmail.com Als je zelf niet kunt scannen, of het gaat over video of film, dan kun je het materiaal opsturen naar mijn privé adres. Mail me dan even voor het privé-adres.
Ik ben op zoek naar sponsoren voor mijn site. Dat kan op verschillende manieren. Je zou een bepaald onderdeel kunnen sponsoren. Als je het Gastenboek wilt sponsoren dan wordt er een Banner gezet met link naar je site, of een naamsvermelding als je geen bedrijf en/of website hebt. Bedragen kun je overmaken aan 6003248 t.n.v. VRM Crutzen en DKC Brouwer te Heerlen, met vermelding Historie Terwinselen en het stukje dat je wilt sponsoren
Foto's kunnen opgestuurd worden, naar terwinselen@gmail.com Als je zelf niet kunt scannen, of het gaat over video of film, dan kun je het materiaal opsturen naar mijn privé adres. Mail me dan even voor het privé-adres.
Ik ben op zoek naar sponsoren voor mijn site. Dat kan op verschillende manieren. Je zou een bepaald onderdeel kunnen sponsoren. Als je het Gastenboek wilt sponsoren dan wordt er een Banner gezet met link naar je site, of een naamsvermelding als je geen bedrijf en/of website hebt. Bedragen kun je overmaken aan 6003248 t.n.v. VRM Crutzen en DKC Brouwer te Heerlen, met vermelding Historie Terwinselen en het stukje dat je wilt sponsoren

