Historie Terwinselen

Verhalen over Terwinselen

Verhalen herinneringen aan plekjes op Terwinselen.

Hubertuslaan begin jaren 20, de kerk begin jaren 20 let op de open toren.





De wei van boer Vijgen. Het hek lag scheef omdat wij, de kinderen van de Maarstraat en de Oude Maar, er steeds over heen klommen. Een wei er naast had Vijgen een stro-opslag, waar we menig uurtje speelden. En uit de wei op de foto is menig appeltje en peer weggehaald. Eentje ging op wacht staan, terwijl de anderen de appelen en peren plukten, opeens hoorde je dan de schreeuw "Doa kumt d'r Viegen" en dan stoven we de wei uit over het scheefhangende hek. Vijgen heeft dat hek nooit gerepareerd. Je kon je niet aan de indruk onttrekken dat hij het extra deed. Hij kwam op een makkelijke manier van zijn appels af, waar hij er toch te veel van had en hij had er blijkbaar plezier in om ons af en toe de stuipen op het lijf te jagen. De huizen in de Maarstraat zijn in 1948 gebouwd en in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, woonden nogal wat jonge gezinnen in die straat. Soms met veel kinderen soms maar met 1 of 2. Ik ben van de familie Crutzen. Dan had je de familie Beier, van de Pers, Egges 2X, Raaimakers 2x, Hugens, Menten, Crombach 3X, Ramaekers, Thil 2X, Bodelier, Ederveen, Stienen, Braakman 2 X, Bastiaans, Quadvlieg, Botter, Aai, Blättler, Cuyten, Wolters, Froweijn, Schluper, Scheijen, Ritzen, Vallinga, Müller de tabakswarenzaak annex snoepjeswinkel, Kamps van te voren Paffen, Elsbergen van te voren Peels, Wilhelm, Engelen, Weerts, Jonker, Verpoort 2X. Deze families woonde in het achterste gedeelte van de straat. Je had maar een kleine radius waar je speelde. Verder als de familie Verpoort naast Ritzen, kwam je vaak niet. Voor in de straat woonde ook nog een paar grote en kleine gezinnen. Van Sharon kreeg ik namens haar oma Lies Mohnen, de zus van de kapper Ton Mohnen wiens vader in de fanfare Sint Callisstus speelde nog de volgende namen gestuurd. Giebels, Gorissen, Lots, Van Kalsbeek, Kerstjens, Gijzen, Pals & Govers en Hodiamont. Zoals de familie Lataster, Mulders, Vlaspoel, Vromen, Paas, Haan, Hermans, Habets, Frederiks, Spelthean, Bal, Leclair, Scheren,Merckelbach, Bekema, Velraets (Mijnpolitie), Oelers, Seinen, Walraven. Ik zal er nog wel enkele vergeten zijn. Stuur me een mail en ik zet ze erbij. In die straat zaten nogal wat families die onderling familie van elkaar waren. Overal waar een 2 achter staat was familie van elkaar. Maar je had ook nog families waar de namen niet van overeenkwamen maar dan konden ze toch familie van elkaar zijn. Zoals de familie Aai en de familie Botter, Vlaspoel en Lataster, Egges en de familie Braakman, Rameakers en Thil, Ederveen, Cuyt en Blättler. Het was een straat met heel veel kinderen, waar je altijd wel iemand vond om je dag door te brengen, met heel veel speelruimte en weinig verkeer.
Heb je ook herinneringen aan deze foto,
stuur ze op en ik zet ze erbij.
De foto is afkomstig van Wim Ederveen



Deze foto is afkomstig van Frits Paffen




De Maarstraat in het begin van de jaren 70. Het is te zien aan de auto's. Ik, Vincent Crutzen, was vroeger automonteur. De foto is genomen op de hoogte van Ederveen. De foto is ook afkomstig van Wim Ederveen.Van de eerste blok links, zie je nog net het huis van Verpoort.Daar woonde eerst ook een familie Til. Het blok waar je links tegen aankijkt met de vier ramen aan de zijgevel, daar woonden wij vroeger. Wij hadden er een heg staan, de bewoner na ons heeft daar een oprit gemaakt. Naast ons woonde Quadvlieg. Tussen Quadvlieg en het volgende blok lag de tuin van Aaji. Daarnaast woonde Botter, dan kwam Blättler en Cuyten, in het huis daarnaast woonde eerst Wolters, toen de foto gemaakt is woonde daar Egges. Aaij woonde tegenover zijn tuin op de hoek van de zijstraat. De deur is nog net te zien tussen de bomen. Op dat stukje voetbalden wij vaak omdat hier geen ramen waren waar onze ballen doorheen konden vliegen. De Maarstraat was een straat waar veel koelpieten woonde. Als we aan het spelen waren ging er wel eens een deur open waar een vrouw ons kwam vertellen dat we wat stiller moesten zijn want "d'r man loog te schloapen" en dat deden we dan ook, want er waren altijd kinderen bij die een vader hadden die zelf ondergronder was. Bovendien lag achter de Maarstraat alles veld (De Knip). Ruimte genoeg om te spelen. De wei van Vijgen, of de wei van Hoensch (de paarden ‘Voes’ en ‘Fritz’ graasden hier ) daar voetbalden en lieten we onze windvogels op, dat waren bekende speelterreinen. Ver van de straat af zodat we niemand stoorden. Terwinselen was in die tijd verdeelt in 3 soorten bewoners en daar hoorde ook de straten bij. Piusstraat, Dr. Nolenstraat, Schaesbergerstraat en Tunnelweg, dat was de middenstand, de winkels en ondernemers woonden daar. De arbeiders woonde in de Maarstraat, Caumerstraat, Oude Maar en kort bij de Mijn de Vloedgraafstraat het Vredeshofje, Staatsmijnstraat enz. De beambten en opzichters woonde in de "nette buurt" Sint Hubertuslaan, Dr. Poelstraat, Dr. Ariënstraat en Callistusstraat. Het was alsof de namen van de straten ook mooier waren. In mijn jeugd, was het als of er onzichtbare grenzen liepen in het dorp, waar je niet gauw over heen ging. Nadat de mijnen gesloten waren is dat gelukkig allemaal anders geworden. In 1968 ben ik verhuist uit de Maarstraat. Ik vond het jammer. We verhuisde naar de Tunnelweg, naar de omgeving van de middenstand het onbekende waar je altijd tegenop keek. Hoe klein Terwinselen ook is, in een klap verloor je alle leeftijdsgenoten, waar je volwassen mee was geworden, uit het dagelijkse oog. Dat was wel moeilijk in het begin. De namen ken ik nog: Jo, Wil, Wim, Reinart, Frans, Annemiek, Margot enz enz


De schooltuintjes
Wie kent ze niet. Door de jaren heen een verplichtte bezigheid voor de meeste kinderen van Terwinselen. Voor sommige was het een leuke bezigheid, maar voor de meeste niet. Het werd van je verwacht dat je er een had, want dat was een onderdeel van je opvoeding, het hebben van een tuintje. Je moest leren, mocht je eens in die mijn werken, dat je een gedeelte van je inkomen haalde uit je tuin in de vorm van groente. Groente die zwart was van het mijnstof wat elke dag er op neer viel. De tuintjes waren 1 meter breed en 5 meter lang. In mijn tijd was Beijer de beheerder. En grote zware norse man, waarbij je het nooit goed genoeg deed. Schoefelen en de paadjes recht, dat was zijn credo. Meisjes hadden een streepje meer. Menig kind heeft er een trauma aan overgehouden.
De foto’s zijn aangeboden door Jan Savelkoul en zijn van de jaren 30 of 50. De tuinen liggen hier nog op een andere plek als in mijn tijd. De jaren 50.