Historie Terwinselen

De Kerk

Tijdens de begrotingsbehandeling van Waterstaat, Handel en Nijverheid op 22 december 1898 wees mr. dr. W.H. Nolens, leraar te Rolduc en lid van de Tweede Kamer als afgevaardigde voor het district Venlo, op de onvoldoende ontginning van de aanwezige steenkool in ons gebied.
Bekend gebleven is zijn aanhef: "Een land dat zijn natuurlijke rijkdommen niet weet te gebruiken, bewijst dat het deze niet waard is".
Een ingestelde commissie voor de mijnen bracht in 1900 een rapport uit voor staatsexploitatie. Minister Lely diende in januari 1901 bij de Tweede Kamer een daartoe strekkend wetsontwerp in. Op 24 juni 1901 werd tiet ontwerp tot wet verheven. 

Bij Koninklijk Besluit van 8 januari 1903 wees men het voormalige mijnveld "Ernst" ter grootte van 575 ha aan tot eerste staatsmijn. Deze mijn werd voorlopig aangeduid als "Staatsmijn B". Pas in december 1905 kreeg de mijn de naam "Mijn Wilhelmina" , die in januari 1907 gewijzigd werd in "Staatsmijn Wilhelmina" .
In 1903 werd reeds begonnen met het afdiepen van de schachten. Omdat een spoorwegverbinding ontbrak, moest het vervoer van alle benodigde materialen per kar geschieden, het meest vanaf het station Schaesberg. Deze situatie duurde tot oktober 1906.
Eveneens in 1906 werden de eerste kolen gedolven. Op 1 januari 1909 werd de mijn officieel in bedrijf genomen.

De productie van de Staatsmijn Wilhelmina, ruim 1.000.000 ton per jaar, bestond uitsluitend uit magerkool. Deze kolen werden in de wasserij verwerkt tot verschillende soorten huisbrand- en industrienootjes en tot fijnkool. De gasarme kool was zeer geschikt voor huishoudelijk gebruik. In de briketfabriek werd de magerkool verwerkt tot eierbriketten (eierkolen) en in combinatie met vetfijnkool van de Staatsmijn Hendrik tot industriebriketten. De briketfabriek had een capaciteit van 1500 ton per dag.
Uit de afvalstenen uit de wasserij en uit het bovengronds bedrijf is de voor de Wilhelmina zo karakteristieke steenberg ontstaan. Waar mogelijk werd deze beplant met bomen en struiken. Ten behoeve van de Ondergrondse Vak-School werd door de leerlingen zelf een zwembad aangelegd.
Staatsmijn Wilhelmina bezat eveneens een elektrische centrale. Deze centrale geldt als bakermat van de stroomvoorziening in Limburg.

In 1905, er waren op dat moment reeds enkele honderden personeelsleden in dienst van de mijn, werden langs de Spekholzerheideweg, nu Heistraat, 6 beambten- en 12 arbeiderswoningen gebouwd.
In 1909 was het personeelsbestand reeds gestegen tot 1000 man, in ] 918 bedroeg dit meer dan 3000 man. In deze periode werd er een groot aantal woningen gerealiseerd langs de Rukkerweg, de Parallel straat, de Winselerstraat, de Tuinstraat en de Spekho1zerheideweg.

Aan 't einde van de eerste wereldoorlog werden de woningen ten westen van de Spekholzerheideweg in gebruik genomen. Men noemde dit complex "Vredeshof". In 1919 verrezen woningen aan de Vloedgraafstraat, Staatsmijnstraat en Tunnelweg.

Bij zo'n groot aantal woningen en bewoners ontstond al snel de behoefte aan een kerk en school. Voor onderwijs en kerkbezoek waren de bewoners eerst aangewezen op Schaesberg, later op Spekholzerheide en Heerlerbaan.

In 1917 werd er een commissie gevormd, met het doel te komen tot de oprichting van een parochie en de bouw van een kerk.

De commissie bestond uit de heren: G. de la Bij (bureauchef), L. Fox (elektrotechnisch-opzichter), 1. Hamerlinck (portier), St. van Schaik (werktuigkundig ingenieur), H. Viehoff (mijnwerker), N.A. Wetzels (mijnbouwkundig hoofdopzichter).

Na overleg met de katholieke bewoners van de reeds bestaande wijk, voerde deze commissie besprekingen met pastoor H. Erens van Heerlerbaan.

Bij gelegenheid van een bezoek van bisschop Mgr. Schrijnen aan Heerlen werden de problemen van katholiek Terwinselen aan de orde gesteld.
De bisschop onderkende de problematiek, maar had zijn bedenkingen betreffende de invulling hiervan, zowel op personeel- als financieel gebied.
Zijn gedachten gingen meer uit naar een parochie bestaande uit de gehuchten, Terwinselen, Onderspekholz en Kaalheide.
De commissie bleef echter niet bij de pakken neer zitten en al spoedig ontstond er het plan tot het bouwen van een noodkerk.
De bouwgrond werd vrijwillig afgestaan door de heer P. de Bije van Schaesberg.
De bouwkosten beraamd op! 10.000., liepen eind 1917 op tot! 13.000.

Begin januari 1918 werd door aannemer F. Weijers een begin gemaakt met de bouw van de noodkerk aan de Heistraat.

De bouw vorderde zo voorspoedig dat de inzegening al plaats vond op 26 maart van dat jaar. De inzegening geschiedde door pastoor H. Erens, geassisteerd door pastoor]. Schatten van Schaesberg en pastoor J. Jongen van Spekholzerheide.
Het feest van de inzegening van de noodkerk werd opgeluisterd door het muziekkorps van de mijn Wilhelmina en het inmiddels opgerichte kerkelijk zangkoor St.Barbara, onder leiding van de heer F. Mohr.
Pater, Antonius Bernaerts, Franciscaan, werd aangewezen om het kerkje te bedienen.
Op paaszondag 31 maart 1918 werd de eerste H. Mis opgedragen in de noodkerk. Dit tot grote vreugde van de katholieke inwoners van Terwinselen.
Dat ook de bisschop ingenomen was met het noodkerk je bleek uit zijn bezoek op Hemelvaartsdag 1918, aan deze nieuwe kerk, in gezelschap van vele geestelijken uit de omgeving.
 

Bij zijn vertrek bij de mijn, op I juli 1918, deelde ir. St. van Schaik mee dat een spoedige benoeming van een rector voor Terwinselen verwacht kon worden.
 

Op een dag in september 1918 kwam "Sjang", de portier van Rolduc, naar Nieuwenhagen bij de toenmalige kapelaan Spierts met de boodschap dat monseigneur Schrijnen hem op Rolduc verwachtte. .
 
Niemand zal het verwonderen dat kapelaan Spierts, alvorens hij zich op weg begaf, eerst even zijn geweten onderzocht of hij niets op zijn kerfstok had.
Vrij gerust betrad hij de vertrouwde vestibule en ging eerst zijn vriend, provisor Rutten, opzoeken om daar zijn licht op te steken aangaande het motief van deze ongewone audiëntie. Dit bleek niet geheel vruchteloos, al gaf het geen echte duidelijkheid omtrent de oproep.
 
Bij de bisschop aangekomen, vernam kapelaan Spierts dat deze 'n opdracht voor hem had. Hij wilde hem tot rector benoemen.
"En raad nu eens in welke plaats"?
Ingaande op de suggestie van de provisor zei de kapelaan: " Misschien Haanrade?"
Waarop monseigneur Schrijnen antwoordde: "Nee, Terwinselen".
 
Kapelaan Spierts had hiertegen nogal wat bezwaren. Hij dacht dat hij hiervoor te jong en te onervaren was. Bovendien woonden in dat gebied zijn naaste verwanten.
Deze bezwaren werden door de bisschop weerlegd. Met zijn zegen en goede wensen nam de bisschop afscheid van de meer onthutste dan gelukkige kapelaan, die nu wist welke zware taak hem wachtte in Terwinselen.
Enkele dagen later bereikte hem de navolgende, eigenhandig geschreven, brief van de bisschop:
 

Roermond 18 September 1918
 
Weleerwaarde kapelaan,
 

Zoals ik met u heb afgesproken benoem ik u thans tot rector in Terwinselen met de opdracht 'n nieuwe parochie uit de gehuchten Terwinselen, Kaalheide en Onderspekholz te vormen.
Ik bid God dat Hij uwen arbeid aldaar rijkelijk moge zegenen.
 

met hoogachting,
 
L.J.A.H. Schrijnen.

 
De tijding van de benoeming was spoedig doorgedrongen tot Terwinselen. De volgende zondag verscheen reeds een deputatie van het rectoraat op de kapelanie te Nieuwenhagen.
Op 15 oktober 1918 verhuisde de nieuwe rector al naar Terwinselen, Spekholzerheideweg (Heistraat) no. 6.

De daaropvolgende zondag vond er een informele installatie plaats, waarbij pastoor Erens en pater Antonius als getuigen fungeerden.
Het St. Barbara comité, de misdienaars en het kerkelijk zangkoor deden hun uiterste best om aan deze heuglijke gebeurtenis luister bij te zetten.

Noodkerk
Een negenjarig nichtje, tevens petekind van de rector, bood met een toepasselijk versje en een mooi boeket bloemen, een rijksdaalder uit haar spaarpot aan als eerste gift voor de nieuwe kerk.
Op 11 november van dit jaar werd er wapenstilstand gesloten tussen de strijdende partijen van de Eerste Wereldoorlog.
Op 8 november 1918 toog de nieuwe rector met een grote kaart, hem bezorgd door dhr. Duijkers, directeur van de technische dienst van de Gemeente Kerkrade, naar het bisschoppelijk paleis, waar in een onderhoud van twee uur de verdere ontwikkelingen van het nieuwe rectoraat werden besproken.
De buurtschap Kaalheide werd niet in het plan opgenomen. Hier zou later een eigen rectoraat gesticht worden. Als patrones voor het rectoraat stelde de bisschop, de Onbevlekte Ontvangenis van de H. Maagd Maria voor. Dit voorstel werd aanvaard
Bijna een jaar later, op 8 november 1919, berichtte de bisschop dat een commissie gevormd moest worden ter oprichting van een parochie.
In deze commissie namen zitting, de heren: G. de la Bije, J. Hamerlinck, J. Keijbet'i, F. Pluijmaekers en A. Wetzels.
De eerste vergadering werd reeds op 28 november belegd.
Half december 1918 schreef monseigneur Schrijnen uitvoerig aan de commissie wat er verder diende te gebeuren.
In overleg met pastoor Erens van Heerlerbaan, pastoor Jongen van Spekholzerheide en pastoor Schatten van Schaesberg werden de parochiegrenzen van de nieuwe parochie vastgelegd.
De oprichting van de parochie en de benoeming tot pastoor, van rector Spierts vond plaats op 2 februari 1919, het feest van Maria Lichtmis
De Kerkraadse Courant versloeg de gebeurtenis als volgt:
"Zondagmiddag had te Terwinselen de plechtige installatie plaats van de Z.E. Heer LH. Spierts als pastoor van de pas opgerichte parochie. De belangstelling was buitengewoon. Van tal van woningen in de nabijheid van de staatsmijn Wilhelmina woeien de nationale kleuren. Om 3 uur werd de nieuwe herder aan de pastorie afgehaald door 'n stoet van familieleden, geestelijken, bruidjes, leden van de sociale verenigingen, 't kerkelijk zangkoor, de burgemeesters van Kerkrade en Schaesberg, de mijningenieur Vierenbos en 'n massa belangstellenden. Een bruidje reciteerde een toepasselijk vers. De installatie geschiedde door deken Schijns van Kerkrade en als getuigen waren aanwezig, pastoor Jongen en pastoor Erens. De stichtingsakte van de parochie alsmede de benoeming van pastoor Spierts werd voorgelezen.
Pastoor Spierts sprak na afloop een treffend woord en deken Schijns wenste de parochianen veel geluk met hun nieuwe herder. Dan klonk de lofzang "Te Deum Laudamus" .
 
Nog voor de officiële oprichting van de parochie was er reeds contact geweest met de rentmeester van graaf de Marchant et d' Ansembourg over de aankoop van de grond. Deze was gelegen ten zuiden van het Winselerpadje en de Terwinselerweg. De Terwinselerweg was de toenmalige verbindingsweg tussen Heerlen en Kerkrade.
 
Het beslissende telegram dat de verkoop van de grond doorgang kon vinden werd op 3 mei 1919 ontvangen. Hierop besloot het kerkbestuur op 4 mei 1919 de grond, groot 15 ha. 42 aren en 90 centiaren, aan te kopen.
 
Op 19 mei 1919 vermeldt het dagboek: "Heden, om kwart voor een passeerde ten pastorale huizen in tegenwoordigheid van de kerkmeesters de la Bije, Hamerlinck, Keijbets en notaris Vogels, de akte van aankoop van 't land". .

 
Het benodigde geld werd geleend bij het ondersteuningsfonds van de Staatsmijnen.

Achteraf bleek dat de koop precies op tijd was gesloten. Pastoor Spierts vernam een dag na aankoop dat de staatsmijn van plan was om nog 'n stuk grond, grenzend aan het toen al bestaande rangeerterrein, te verwerven.
De kerk zou dan onmiddellijk aan het mijnterrein grenzen. Nu bleef dit nog op voldoende afstand. Kort na de aankoop van de grond ontstond voor de jonge parochie een nieuw probleem.
In juni 1919 werden de kinderen van Terwinselen die tot Schaesberg behoorden, van school naar huis gestuurd, omdat er voor hen geen plaats meer was op de school van Spekholzerheide.
 
In nog geen week tijd werd 't laatste huis aan de Spekholzerheideweg omgetoverd tot 'n schooltje. Deze noodtoestand droeg er toe bij dat er nog meer haast geboden was met de bouwplannen van de school.
Architect Groenendaal uit Maastricht maakte een ontwerp voor een dubbele school, dat op 6 september 1919 werd goedgekeurd. .
 
Half september 1919 werd de school al uitgezet. Om te profiteren van het zonlicht werden de klaslokalen aan de zuidkant gesitueerd. Om de bouwkosten te drukken werd een eigen "brikkenbakkerij" opgezet. Deze bevond zich de plaats van de tegenwoordige Dr. Nolenstraat. Dhr. Tummers was de steenbakker.    .
De benodigde leem werd verkregen door de omliggende grond I meter af te graven, (vernomen uit een opgenomen gesprek met den heer Frans Crombach, geboren in 1894 en overleden in het bejaardentehuis" Firenschat" in 1989).

Het grind werd ten zuiden van de Terwinselerhof gewonnen.
Bij het Algemeen Mijnwerkers-Fonds werd een lening afgesloten ter grootte van f 25.500. Uiteindelijk bleek dit enkele tienduizenden guldens te weinig te zijn.

De fundamenten van de school waren vóór de winter gereed. Zo kon er in het voorjaar gestart worden met het metselwerk. Op 15 mei 1920 werd de eerste steen gelegd door deken Schijns van Kerkrade samen met pastoor Spierts en het kerkbestuur. Aanwezig waren ook dr. Verhagen, de heer Bours het pas benoemde hoofd van de school, dr. van Gils inspecteur van het bisdom, architect Groenendaal en uitvoerder L. van der Poel.

Vertaald luidde de oorkonde:
"In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, amen. Heden op zondag Quinquagesima, de XV van de maand mei, het jaar des Heren 1920 werd onder het pontificaat van de heilige vader Benedictus XV, terwijl de doorluchtige Wilhelmina door Gods genade de koningin der Nederlanden was, Laurentius Schrijnen bisschop van Roermond, Hubert Spierts, stichter van parochie, kerk en katholieke scholen, dr. van Gils, inspecteur van bisdom Roermond de eerste steen geplaatst door de zeereerwaarde heer H. Spierts ter ere van de H. Callistus, paus en martelaar".
De oorkonde werd getekend door: voorzitter H. Spierts, G. de la Bije, G. Fox, J. Hamerlinck. J. Kijbets, F. Pluymaekers, inspecteur van Gils, architect Groenendaal, A. Bours en L. v.d. Poel.
De plechtige inzegening van de eerste school vond plaats op 1 september 1920 door deken Schijns van Kerkrade. Dit was tevens zijn laatste officiële daad, daar hij kort daarna met emeritaat ging.
Bij de plechtige opening van de tweede school, op 16 juni 1921, werd er een groot kruisbeeld bij de jongensschool gewijd. Dit kruisbeeld was een geschenk van apotheker Claessens uit Schaesberg.
In een voormalig café naast de noodkerk ging men op 3 november 1921 met een "bewaarschooltje" van start. Een paar maanden later opende men in hetzelfde gebouw een "naaischool". Dit schoolgebouw groeide uit tot "de huishoudschool" van Terwinselen.
In de vergadering van het kerkbestuur op 2 mei 1921, werd besloten met de bouw van de kerk te beginnen. Pastoor Spierts maakte dit 3 dagen later tijdens een Eucharistieviering aan de parochianen bekend.
Op maandag 6 mei werd het eerste bouwmateriaal aangevoerd. De jéugdige H. Keijbets bracht de eerste kar met betongrind. In het totaal bracht hij de eerste dag 11 m
3 naar het bouwterrein. 17 dagen later was dit opgelopen tot 131 m 3 .
De heer W. Vijgen leverde de eerste dag 6 m3 grind. Hij voerde binnen 14 dagen 70 m
3 aan. In totaal werden: 650 m3 grind en zand gratis door vrijwilligers aangevoerd.
Als eerste vrijwilligers voor het graven van de funderingen "met hak en schop" arriveerden de heren W. Goeman en J. Hamerlinck op het bouwterrein.
Onder toezicht van hoofdopzichter Jan Janssen ging men op 18 mei 1921 officieel met deze werkzaamheden van start.
Als regel gold dat niet meer dan drie uur per dag gewerkt werd, maar dan ging het ook "feste dran".
20 mei was een recorddag; 36 personen werkten samen bijna 100 uur.
In goede verstandhouding werkten arbeiders, beambten, mijnwerkers en opzichters met en naast elkaar. Onhandige werkers, die niet gewend waren met houweel en schop te werken, moesten het wel eens ontgelden, maar hierdoor bleef de goede sfeer op het werk bewaard. Uit de bewaard gebleven lijst van vrijwilligers blijkt, dat nagenoeg alle parochianen actief waren bij de . bouw van de kerk. De werkzaamheden aan de funderingen duurden nog de hele maand juni.
 
Nadat al 433 werkuren aan de bouw van de fundamenten waren besteed, stapte de eerste ploeg vaklieden (metselaars en timmerlieden), die aan de school werkzaam waren, in juni over van de school naar de kerk.
De buitenmuren werden tot een hoogte van 1,5 meter gemetseld met "Nievelsteiner zandsteen" afkomstig uit de steengroeve van Herzogenrath.
Het tempo van de bouw was zeer hoog. Mede daardoor kon de "de eerste steenlegging" reeds op zondag 10 juli 1921 plaatsvinden.
 
Voorafgaand aan de eerste steenlegging vond er in de noodkerk een plechtig lof plaats. Dit Lof werd opgedragen door de hoogeerwaarde heer Franck, pastoor-deken van Kerkrade, met assistentie van de paters Wouters en Erens, Redemptoristen.
Het zangkoor onder leiding van dirigent Mohr zong enkele meerstemmige gezangen. Een groot aantal parochianen woonden dit lof bij.

In processie ging men na het lof op weg naar de bouwplaats van de kerk. Onder begeleiding van het muziekkorps van de Staatsmijn Wilhelmina trok deze stoet door Terwinselen. Vertegenwoordigd waren alle godsdienstige- en sociale verenigingen met vaandels en banieren, de schooljeugd met onderwijzend personeel, tal van autoriteiten en parochianen. De nationale driekleur sierde

vele huizen langs de route.
De eerste steen werd in de stoet meegedragen. Het terrein van de kerk was feestelijk versierd met Nederlandse en kerkelijke vaandels.
Honderden belangstellenden volgden de door deken Franck verrichte ceremonie.
Tal van autoriteiten waren aanwezig, zoals: mgr. dr. PoeIs, deken Brewers van Heerlen, de pastoors van Spekholzerheide, Eijgelshoven, Heerlerbaan, Welten, Klimmen en Vaals. Verder de kapelaans Gerards van Kerkrade, FIecken van Gulpen, de staatsmijn-directeur mr. dr. Frowein, de burgemeesters van Kerkrade en Schaesberg en de doktoren Willemse en Retera, alsmede het voltallige kerkbestuur.
Vóór het inmetselen van de oorkonde las pastoor Spierts de tekst en de namen van de ondertekenaars voor. Daarna dankte hij allen voor het meevieren van deze plechtigheid en besloot hij met de woorden: "Groot is het werk, omdat het huis gebouwd wordt voor God".
 

Op 20 september 1921 werd de weleerwaarde heer F. Krijn, tot dan kapelaan in Heerlerheide, tot eerste kapelaan van onze parochie benoemd. Ongeveer een maand later vestigde hij zich in
de kapelanie aan de Singelweg.    .

Door de snelle groei van de bevolking was deze komst van een kapelaan niet overbodig. Uit het doophoek blijkt dat het eerste kind dat door kapelaan Krijn werd gedoopt, al de 77 ste dopeling in 1921 was.
 
Eind februari 1922 werd er een heg in gemaakt met de houw van de pastorie. Gelijktijdig startte de gemeente Kerkrade met de aanleg van de Hubertuslaan. Ook ontving het kerkbestuur rond deze tijd de ontwerptekeningen voor het klooster. Deze werden kort daarna goedgekeurd.

De bouw van de kerk vorderde voorspoedig. Ter verfraaiing werd gebruik gemaakt van zandsteen.
In de voorgevel ontstonden van de hand van de steenhouwers Schiffelers, vader en zoon Jozef, twee symbolen van Maria n.l. de "Porta Regis" en de "Turies Davidica" , de poort van de koning en de toren van David.
Ook de beide zijaltaren, het hoofdaltaar, de biechtstoelen en de communiebanken werden door hen vervaàrdigd. Tijdens de renovatie van 1974 werden de biechtstoelen en communiebanken verwijderd

Intussen ging ook op andere terreinen de groei van de gemeenschap verder. Op 13 april 1922 vergaderden op de pastorie de heren Berger, Boermans, Odekerken en Waltmans, met het doel te komen tot de oprichting van een kerkelijke fanfare. Reeds op 23 april 1922 werden deze plannen gerealiseerd.
 
Aan aannemer Debets werd op 10 mei 1922 de opdracht gegeven voor het bouwen van 8 middenstandswoningen aan de (Oude) Tunnelweg, voor de totale som van 41.000 gulden.
 
Reeds op 14 mei 1922, bij gelegenheid van de inwijding van de kerk van Nieuwenhagen, werd met monseigneur Schrijnen afgesproken dat de inwijding van de kerk van Terwinselen op 15 augustus 1922 zou plaatsvinden.
De beboording van het dak was op dat tijdstip al gerealiseerd tot op de helft van de kruising. De heer Arts uit Vierlingsbeek had boven het priesterkoor en de kinderkapellen reeds de gewelven geslagen.
 

Ook de jongensschool naderde met rasse schreden haar voltooiing. In de voormiddag van 27 mei 1922 werd in de gymzaal van de jongensschool de meiboomviering gehouden.
 

Half juli van dat jaar was het pleisterwerk van de koepels gereed.
Het leggen van de stenen- en houten vloeren, het voegwerk van de buitenkant, het plaatsen van de "glas in lood" ramen, waren werkzaamheden die nog moesten gebeuren, evenals het aanbrengen van het massieve beeld van de Onbevlekt Ontvangene in de voorgevel (vervaardigd door Johan Curtius).
Johan Curtius maakte ook het beeld van "De goede Herder", dat later in de gevel van de pastorie geplaatst werd.
Het wachten op het tabernakel en de kluisdeur voor de sacristie bracht nog behoorlijk wat spanning in de laatste dagen voor de inwijding te weeg, maar alles kwam gelukkig op tijd gereed.
 
In de vroege ochtend van 14 augustus 1922 was men reeds druk in de weer met het plaatsen van vlaggen en erebogen voor de ontvangst van monseigneur Schrijnen.
Met drie rijtuigen, waarin de kerkmeesters, de twee gebroeders Keybets (pastoors) en pastoor Spierts hadden plaatsgenomen, werd de bisschop aan het station van Heerlen afgehaald. Ondanks de regen was er op het Maarplein een grote menigte mensen verzameld. Op een op het plein opgestelde kiosk werd de bisschop door twee jongens een ruiker bloemen aangeboden.
De volgende dag, 15 augustus 1922, werd er door de bisschop om 8 uur een H. Mis opgedragen in de noodkerk. Daarna volgde de wijdingsplechtigheid.
De bisschop werd hierbij geassisteerd door: de pastoor en de kapelaan, de toenmalige directeur A.v.d. Venne, provisor J. Rutten van Rolduc, pastoor J. Nicolaye van Molenberg, pastoor H. Keybets van Klimmen, pastoor F. Keybets van Welten, pater-rector Stanislaus van Kaalheide, pater-rector Lugesius van Bleijerheide en pastoor H. Krentzer van Nieuwenhagen.
Deken A.B Brewers van Heerlen en deken J. Franck waren door ziekte verhinderd.
Deze 15e augustus was een sombere regendag. Het regende tijdens de overbrenging van het Allerheiligste van de noodkerk naar de nieuwe kerk en gedurende de wijdingceremonie, die gedeeltelijk buiten plaats vond. Pas 's avonds, toen de fanfare een serenade bracht aan de hoge gasten op de Winselerhof, werd het droog en brak de zon door.
Na deze feestelijkheden ging men verder met de bouw van kerk, klooster, pastorie en de kapelanie aan de Dr. Nolensstraat.
De pastoor betrok de pastorie op 20 december 1922 en in januari 1923 werd de kerktoren voltooid. Het was 1924 voor alle bouwwerken klaar waren.
Nadat de toren voltooid was, werd de fao Eysbouts uit Asten benaderd voor het leveren van één uurwerk en drie klokken. De grootste klok werd geschonken door de parochianen. Het oude journaal van pastoor Spierts vermeldt dat de bijdragen aan deze klok varieerden van enkele dubbelljes tot duizend gulden.
 
De inscriptie van deze klok van 780 kg. luidde:
"Ad gloriam et laudem Christi salvatoris regis totius generis humani alta sono voce parochianorum fusa largitate".
"Tot eer en lof van Christus, Koning, Verlosser van heel het menselijk geslacht klink ik met luide stem. Gegoten door vrijgevigheid van de parochianen".
 

De tekst op de 2' klok van 470 kg. luidde:    

"In honorem Beatae Mariae Immaculata Concepta ecclesiae patronae me dederunt Petrus Franssen et Maria Petronella Vorage".
"Tot eer van de heilige Maria Onbevlekt Ontvangen patrones van de parochie hebben Petrus Franssen en Maria Petronella Vorage mij geschonken".
 
en tot slot de 3e klok met een gewicht van 275 kg.:
"In honorem sancti Josephi operariorum patroni principis primus hac in vinea Domini operator me fundi fecit".
"Tot eer van de heilige Jozef, eerste patroon van de ambachtslieden, heeft de eerste werker in deze wijngaard van de Heer mij laten gieten".
 
De totale kosten voor de drie klokken bedroegen f 3.350,- .
De klokken werden op Hemelvaartsdag 1926 ingezegend door deken J. Nicolaye van Heerlen.
 

DE INRICHTING EN AANKLEDING VAN DE KERK.
 

De aankleding van de kerk vergde nog veel werk. Er werden drie beelden geplaatst van Johan Curtius, n.l. de H. Aegidius aan de epistelzijde, de H. Antonius aan de evangeliezijde en op 't rechter zijaltaar de H. Jozef.
Op het linker zijaltaar kwam een Mariabeeld uit de ateliers van Jos Thissen en zn. uit Roermond, gedateerd 1919 (vroegere leerling van Petrus Cuypers).
 
Door de parochiaan Edmond Wesseling werden ook verschillende beeldhouwwerken gemaakt. Dit waren: de preekstoel, met hierop een beeltenis van een familie luisterend naar de prediking van Christus, verder een beeld van de H. Augustinus met een kind dat de zee in een klein kuiltje wil scheppen, (het geheim van de H. Drievuldigheid). en een beeld van de profeet Ezechiël.
Voor het hoofdaltaar maakte de heer Wesseling nog twee zijstukken, die naast het tabernakel werden geplaatst. Op het ene zijstuk een voorstelling van de H. Juliana van Luik, die 'n visioen heeft van 'n vlek op de maan. (het ontbreken van een feest ter ere van 't H. Sacrament) Op het andere de overhandiging van 't H. Officie, van 't H. Sacrament door de H. Thomas van Aquino aan Paus Eugenius lIl, de vroegere aartsdiaken van Luik, aan wie de H. Juliana haar visioen openbaarde.
Deze beide zijstukken werden in 1948 bij 't plaatsen van een tryptiek naast het altaar opgehangen en nog later in 1976, bij 't bekleden van de boog rond de absis, verwijderd uit de kerk.

Voor de doopkapel maakte Edmond Wesseling een doopvont, versierd met schaap motieven. Het doopvont kreeg een prachtige uit rood koper gedreven deksel. In dit deksel werd de tekst uit de brief van Paulus aan Titus 3.5 geslagen. Deze luidt: "Saivos Nos Fecit Per Lavacrum Regenerationis Et Renovationis Spiritus
Sancti" . (" Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en vernieuwing van de H.Geest")
De absis en eerste kruisboog werden beschilderd door Joan Collette. Omdat te felle kleuren werden gebruikt, voldeed het resultaat niet aan de verwachtingen. Pastoor Spierts zocht daarom contact met de nog jonge Charles Eijck, geboren en getogen in Meerssen, en destijds verblijvend in Fontonay aux Roses te Parijs.
Uit de briefwisselingen tussen de pastoor en de schilder blijkt dat Charles Eijck de opdracht voor het schilderen van enkele doeken voor de kerk van Terwinselen ontving op 23 december 1928, de jaardag van zijn huwelijk. Ook blijkt uit deze briefwisseling dat hij zeer ingenomen was met deze opdracht.
Daar het nogal een tijdrovend werk was, maakte Eijck slechts voor twee of drie composities een uitvoerig ontwerp. Voor de overige composities volstond hij met schetstekeningen.
 
Het eerste doek dat hij schilderde, beeldde" de geboorte van Christus met de aanbidding van de herders" uit. Hij die zelf geen geluiden kan vernemen schiep hier harmonische klanken in kleur. Het tweede tafereel betrof "de aanbidding van de drie koningen", het derde "de vlucht naar Egypte". Uit het latere leven van Christus schilderde Charles nog de prachtige doeken "de arme Lazarus" en "Laat de kinderen tot Mij komen".
 
Nadat de doeken uit Parijs gearriveerd waren, kwam de kunstenaar persoonlijk naar Terwinselen om te beginnen aan de uitdaging van het beschilderen van priesterkoor en kinderkapellen. René Smeets werd zijn trouwe helper. Hij nam het decoratieve werk voor zijn rekening.
De koepel boven het priesterkoor, uitgevoerd als een boheems-gewelf, werd een bundeling van 12 levensgrote engelen, met een lelie in de handen en de vleugels omhoog gericht.
De engelen droegen lange witte gewaden met lichtrode mantels.
In iedere hoek van het gewelf schilderde Eijck een van de vier evangelisten, elk 31h meter hoog. De gewelven van de beide kinderkapellen werden "los uit de hand" met een ornamentiek beschilderd, bestaande uit krulmotieven in bestorven rood en donkergrijs en bladranken in ge

temperd blauw. en geel.    u

De schilder vervolgde zijn werk met het maken van grote doeken voor de kinderkapellen. In de meisjeskapel, nu dagkapel, schilderde hij "de uitdrijving van de kooplui uit de tempel" en de "boodschap van de engel aan Maria".
In de jongenskapel, nu sacristie, schilderde hij "het bezoek van Maria aan haar nicht Elizabeth" en "de intocht in Jeruzalem" .
Al deze taferelen werden uitgevoerd in zogenaamde "kelmische mineraalverf" . Deze schilderwerken ontstonden tussen 1929- I 930. In diverse krantenknipsels van april en juli 1930 werden lovende woorden over deze werken van Charles Eijck en René Smeets gepubliceerd.
In een brief van 27 juli 1930 schreef de schilder, dat hij bezorgd was over de nog lege muren in' de kapellen. In dezelfde brief gaf hij René Schmeets de vrijheid om volledig naar eigen inzicht de vlakken van de zijaltaren in te vullen.
Op 5 augustus 1930 schreef hij, dat hij spoedig naar Limburg zou komen en een ontwerp-compositie mee zou brengen van "de wonderbare visvangst" bestemd voor het kruisgewelf. Terug in Nederland schilderde hij eerst in de kinderkapellen "de opwekking van de zoon van de weduwe" en "de opdracht in de tempel".
Het ontwerp voor het kruisgewelf werd goedgekeurd. Eijck schilderde hier achtereenvolgens: "Jezus preekt vanuit het scheepje", "Jezus met de apostelen op het woelige water", "de rijke visvangst" en "de wandeling van Jezus over het water".
Op de muurvlakken boven de (verwijderde) biechtstoelen in de zijbeuken, schilderde René Smeets brede banden met herten die zich laven aan de Bron des Levens.
Daarboven schilderde Eijck aan de noordkant de verhalen van "de verloren zoon" en "de barmhartige Samaritaan"; aan de zuidkant "de verrijzenis van Christus" en "Jezus in de hof van Olijven" .

In de gewelven tegenover de doopkapel schilderde Eyck nog Christus als tuinier en een compositie van de Samaritaanse vrouw bij de put die Christus water aanbiedt.

 
Op een dag dat de kunstenaar slecht geluimd was, als gevolg van een afkeuring van een mozaïek-ontwerp t.b.v. een grafmonument voor de overleden bisschop van Utrecht, schilderde hij in 8 uur tijd het tafereel van "pastoor van Ars". (In de zijbeuk tegen de torenwand)
Bij latere renovatiewerkzaamheden ging dit schilderwerk bijna verloren, doordat het met beton werd besmeurd. Door het beton met spons en water te verwijderen kon dit voorkomen worden.

 

schilderde Eijck een jachttafereel van de H. Hubertus. Op de twee steunpilaren van het oksaal werden musicerende engelen geschilderd.
Links en rechts van het hoofdaltaar werden schilderingen aangebracht door René Schmeets. Hij schilderde ook de afbeeldingen boven de beide zijingangen: links de H. Christoffel, daarnaast de H. Gerlachus, rechts de doop van Christus in de Jordaan en koning David met de harp.
René bracht ook de versieringen aan op de pilaren. Op de bogen bij de
zijaltaren schilderde Charles Eijck nog vier taferelen, "Christus geboeid met doornenkroon", "Jezus de goede herder", "de H. Theresia van Lisieux" en de "H. Petrus Canisius".
De wereldcrisis in de jaren dertig had ook gevolgen voor de Staatsmijnen.
Door afzetmoeilijkheden werd het aantal werklieden door ontslag en verplaatsing sterk gereduceerd. Ook moest het bedrijf regelmatig worden stilgelegd. Tevens werd in 1934 overgegaan tot het instellen van werkvrije dagen, de z.g. verzuimdagen. Deze "verzuimdagen" bedroegen in 1932. 9, in 1933. 19, en in 1934. 18. Bij de opleving van de economie, eind 1936, werd het aantal "verzuimdagen" verlaagd.
Als gevolg van mijnschade stortte op le Kerstdag 1939 tijdens 't luiden van de klokken door M. Schaeps, een gedeelte van de koepel boven het priesterkoor in. Gelukkig vond dit een half uur na afloop van de H. Mis plaats, zodat daarbij geen slachtoffers vielen. Deze gebeurtenis luidde de eerste renovatie in.
De Staatsmijnen wilden liever de kerk slopen en een nieuwe bouwen. Maar pastoor Spierts ging hiermee niet accoord. Onder toezicht van de Staatsmijnen, vond begin 1940 de eerste renovatie plaats. De koepels boven het priesterkoor en het middenschip werden gesloopt. Op de kolommen stortte men bogen van gewapend beton waartussen 'n vlechtwerk van draad werd gespannen dat later werd gestukadoord. Bij deze restauratie is veel van het oorspronkelijke werk van Charles Eijck verloren gegaan. Na deze restauratie schilderde Charles Eyck in 1941 een "Ecce Homo" in' de nieuwe koepel achter het hoofdaltaar. '
De kunstschilder Arthur Nols bracht op elk steunpunt van de koepel een levensgrote engel aan. Op de bogen van de koepels boven de zijaltaren schilderde hij vier afbeeldingen n.l. de H. Aegidius, de H. Willibrordus, de H. Servatius en de H. Callistus. Helaas zijn deze engelen en heiligen in 1973-1974 overgeschilderd. Tegen de torenwand in de noordbeuk ontstond van zijn hand een afbeelding van de H. Familie.
 
Door bemiddeling van pastoor Spierts kwam de kerk in bezit van diverse kunstwerken.
een 18e eeuwse kruisweg, gezien de verschillen in schilderstijl, vermoedelijk vervaardigd door meerdere leerlingen van een schilderschool. De juiste herkomst
is niet bekend. Bij een latere renovatie, ten tijde van pastoor Franssen, is deze gerestaureerd door dhr. Schenkelaar .
een groot houten Mariabeeld, afkomstig uit de Nicolaus-kerk te Aken, Het is een herinnering aan de toewijding van de kerk aan koningin Maria op 12 september 1937. werken van de mijnwerker/beeldhouwer Duprez zoals:
een staand kruisbeeld uit 1925,
twee grote houten beelden van 't H. Hart en de H. Maria uit 1932,
een houten paaskandelaar,
een kerkribbe, (uit één stuk hout gesneden figuren),
het onderstuk van een wegkruis (piëta). Voormalig wegkruis op de hoek Hubertuslaan-Singelweg. Na vernieling van de corpus werd dit onderstuk in de kerk geplaatst. Kunstenaar Bruno Schol maakte een nieuw wegkruis voor deze hoek.

Ter gelegenheid van het zilveren pastoorsfeest van pastoor Spierts in 1944, werd er door de parochianen een triptiek aangeboden, een schilderwerk van Charles Eijck. Deze schildering was het laatste werk van Charles Eijck voor onze kerk.
Omdat Charles Eijck op dat ogenblik weinig inspiratie had verbleef het middenpaneel enkele maanden in het Bonnefanten Museum te Maastricht. Nadat dit middenpaneel eindelijk voltooid was, schilderde hij in het voorjaar van 1948 de beide zijpanelen. Dit gebeurde in de grote zaal van de Winselerhof.
Op de triptiek werden de geboorte, de kruisdood en verrijzenis van Christus afgebeeld. Pasen 1948 werd de triptiek op het hoofdaltaar geplaatst.
Om de triptiek te kunnen plaatsen werden de twee oorspronkelijke zijstukken van het hoofdaltaar verwijderd en geplaatst op de boog rond de absis.
In verband met vochtoverlast werd deze boog in 1976, bekleed met asbestplaten. De twee zijstukken werden toen definitief verwijderd.
 
Hare Majesteit Koningin Wilhelmina bracht op 22 maart 1945 opnieuw een bezoek aan de mijnstreek. Een van de hoogtepunten tijdens dit bezoek was de bezichtiging van de naar haar vernoemde "Staatsmijn Wilhelmina" .
 
Door een ondergrondse instorting in deze mijn verloren op 9 juli 1946 acht mijnwerkers het leven. Ter nagedachtenis aan hen werd er op 13 augustus 1946 een herdenkingsplechtigheid gehouden in de Botanische Tuin.
 
In de oorlogsjaren 1940-1945 werden de klokken geconfisqueerd door de Duitse bezetter. Het brons had men nodig voor de vervaardiging van munitie.
Het "angelusklokje" werd uit hun handen gered door pastoor Spierts. Hij voorkwam dit door het klokje tijdig uit de toren te halen en te verstoppen. In 1948 werden er nieuwe klokken geplaatst.

Voormalig wegkruis op de hoek Sinelweg-Hubertuslaan met de maker Nico Duprez.
 
Het opschrift op de grootste van deze nieuwe klokken luidt:
leh loe Maria Ter Iere
Gods glorie te vermiere
Helse duivele te kiere
Errum zunder te bekiere.
 
't Opschrift op de 2e klok luidt:

 Laudo Barbaram Beatam
 Martyrio Deo Gratam

Te Laudantem Familiam
Trahe Post Te Ad Gloriam

Letterlijk vertaald:
Ik prijs Barbara de gelukzalige, door haar martelaarschap aan God geliefd,
De U prijzende familie
trek (die) na U naar de Heerlijkheid.

Wat vrijer vertaald:
Ik prijs de gelukzalige Barbara,
die door haar martelaarschap aan God geliefd is
Barbara, voer de familie
(= kerkgemeenschap, parochie) die u prijst, achter U aan naar de Hemel.

't Opschrift van de 3e klok luidt:
Meum Trahor Audite
Voco Vos Ad Sacra Venite
St. Joseph Laborans Pro S.Familia Sanctifica Familias Nostras.
 
Letterlijk vertaald:

Terwijl ik getrokken word, luistert! Ik roep U naar de heilige dingen, komt!
    St. Joseph, werkend voor de Heilige Familie, maak heilig onze families.
    Wat vrijer vertaald:
Luistert naar mijn geluid (en gebeier). Ik roep jullie naar de eredienst, komt

Sint Joseph, die altijd werkt in dienst van de H. Familie. Heilig onze gezinnen
Nog enkele vermeldenswaardige zaken uit de jaren vijftig:

*    In 1955-1956 werd de koepel van het priesterkoor voorzien van een plafondschildering,

"de kroning van Maria" door Frans Nols, zoon van Arthur Nols.

Een aantal glas-in-lood ramen werden in deze periode vervangen door blank en geëtst glas, verbonden door samensmelting.
Frans Nols maakte in 1955 een glas-in-lood raam voor het portaal van de zuidelijke ingang.

Pastoor Spierts vierde op 7 april 1958 zijn gouden priesterfeest. In december van dat jaar ging hij met emeritaat.
Hij vestigde zich in St. Geertruid waar hij op 10 augustus 1961 tijdens werkzaamheden in zijn tuin overleed.
De stichter van de parochie Terwinselen werd begraven op ons parochiekerkhof alhier. Het grafkruis werd vervaardigd door Nico Duprez.
 
TERWINSELEN NA PASTOOR SPIERTS De zeereerwaarde heer H. Vliegen, voorheen bouwpastoor van de parochiekerk Maria Goretti te Nulland, werd op 31 december 1958 6enoemd tot pastoor van Terwinselen.

De zusters die sinds de oprichting van de parochie zorg hadden gedragen voor het kleuter en lager onderwijs verlieten in de jaren 1959-1960 Terwinselen. Het onderwijs voor de meisjes en kleuters kwam in handen van lekenpersoneel.
De veranderingen in de maatschappij hadden ook gevolgen voor de kerk.
Onder leiding van pastoor Vliegen vonden er diverse vernieuwingen en veranderingen plaats:

*  Zo werden verouderde misgewaden vervangen en koperen kandelaars gekocht ter verfraaiing van het priesterkoor.
De zandstenen preekstoel, gemaakt door Edmond Wesseling, werd verwijderd en vervangen door 'n koperen preekstoel versierd met de symbolen van de 4 evangelisten

Het tabernakel werd 180 graden gedraaid en aan de voorkant voorzien van een emaillewerk, voorstellende de Emmausgangers. Dit werd vervaardigd door Cremers uit Tilburg naar een ontwerp van Hans Claassen uit 1959.
Het hoofdaltaar werd in 1960 bekleed met travertin en Frans Nols vervaardigde vier mozaïeken die aan de voorkant van de tafel werden geplaatst.
Eveneens in 1960 werd er conform het gebruik van deze tijd, een altaar "met het gezicht naar het volk" geplaatst. Dit altaar was een geschenk van de staatsmijn Wilhelmina.
De handmatige bediening van de kerkklokken (het klokkentouw) werd vervangen door een elektrische luidinstallatie.
Gezien de verouderde toestand van de verwarmingsinstallatie op cokes, werd deze aangepast voor het gebruik van aardgas.

Nog meer aanpassingen volgden:
*    In 1966 werd de kerk voorzien van een nieuw dak.
*    Vele Latijnse misteksten werden in deze periode vervangen door Nederlandse teksten.
*    Ter bevordering van de verstaanbaarheid van de voorganger werd er een geluidsinstallatie in de kerk geplaatst.
Op 22 april 1969 berichtte de Nieuwe Limburger het overlijden van de zeereerwaarde heer F. Krijn, eerste kapelaan van onze parochie.
Pastoor Krijn overleed kort na zijn gouden priesterjubileum en is begraven op 't kerkhof van Uden. Bij zijn vertrek naar Noorwegen in 1925 schonk de parochie hem een gouden kelk. Na zijn overlijden werd deze kelk, met afbeeldingen van de steenberg van de mijn, de Noorse fjorden en de parochiekerk van Terwinselen, door zijn erfgenamen aan onze parochie geschonken.
 

In augustus van het jaar 1969 werd de Staatsmijn Wilhelmina gesloten.

 
In 1973-1974 vond er opnieuw een renovatie plaats aan 't kerkgebouw:
*    De keldergewelven van het priesterkoor en de beide zijkapellen werden versterkt met betonnen balken en het elektriciteitsnet werd vernieuwd.
De jongenskapel werd omgebouwd tot sacristie. De meisjeskapel werd ingericht als dagkapel. In de nieuwe scheidingswanden naast het priesterkoor werden glasapplicaties aangebracht van de Heerlense kunstenaar Theo Lenarts.
De vloer van 't priesterkoor die door mijnschade verzakt was werd hersteld, vergroot en voorzien van parket.
De communiebanken werden verwijderd.
In verband met de uitbreiding van het priesterkoor werd een nis bij de vroegere preekstoel dichtgemetseld. In deze nis bevond zich 'n schilderwerk van Charles Eijck. Dit werk werd vóór het dichtmetselen geconserveerd, waardoor het alsnog bewaard is.

Ter afsluiting van deze renovatie werden de muren van de kerk, die zwaar beschadigd waren door mijnschade, opnieuw gestukadoord en geschilderd.
Hierdoor gingen vele schilderwerken van Arthur Nols verloren.
Van deze kunstenaar is enkel het tafereel van de H. Familie (links tegen de torenwand) bewaard gebleven.
 
Op 19 maart 1978 ging pastoor Vliegen met emeritaat. Bij zijn afscheid schonk hij aan de parochie een emaillewerk voorstellende de H. Jozef, vervaardigd door Walter v. Hoorn.
Van deze kunstenaar is tevens het tableau van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand uit 1970 in de dagkapel, alsmede het dubbelzijdig kruis uit 1965, een kopie van het kruis van H. Franciscus van Assisië (altaar dagkapel).

Pastoor Vliegen werd op 19 augustus 1978 opgevolgd door de zeereerwaarde heer A. Franssen, voorheen kapelaan in de Lambertusparochie te Kerkrade. Hij werd pastoor in onze parochie, die op dat ogenblik 1700 gezinnen telde.

De renovatiewerkzaamheden waren nog niet geheel voltooid. In 1980 ging de kerktoren in de steigers. Uit financieel oogpunt werden alleen de noodzakelijkste reparaties uitgevoerd. Omdat de nokbalk van het kerkdak gescheurd was werd deze en diverse dakspanten vernieuwd.
Op 30 januari 1982 werd deze renovatieperiode feestelijk afgesloten met een concert door de "Maastreechter Staar".
In hetzelfde jaar volgde de renovatie van de dagkapel. Binnenhuisarchitect Mevrouw M. PrevooLucassen uit Simpelveld ontwierp het nieuwe inte
rieur.
Na het leggen van een nieuwe betonnen vloer, werden vloer en altaar afgewerkt met travertin. Op het tabernakel en de lezenaar werd een emaillewerk van Walter van Hoorn geplaatst.
Op 28 november 1988 zegende deken Schulpen van Kerkrade de nieuwe dagkapel in.
Een nieuwe renovatie diende zich aan. Het stukwerk was aangetast door optrekkend vocht. Op 1 oktober 1985 werd de kerk ontruimd om dit te herstellen. Het was noodzakelijk dat het oude stukwerk werd afgekapt tot een hoogte van:!: 2 meter. Daarna werden de scheuren gerepareerd waarna de muren vochtwerend werden behandeld. De beschadigde muurschilderingen werden gerestaureerd en de gehele kerk werd voorzien van nieuw verfwerk. Om de muren te laten "ademen" en het vocht te laten verdampen werd er gebruik gemaakt van een poreuze, vochtdoorlatende verf (keimverf).
De dagkapel en de kapel van Huize Firenschat diende in deze periode als vervangende kerkruimte. Zaterdag 21 december 1985 werd de kerk weer in gebruik genomen. Om alle geïnteresseerden de gelegenheid te geven de kerk te bezichtigen werd er tijdens dit week-end "open dag" gehouden.
 
De feestelijkheden werden afgesloten op zaterdag 5 januari 1986 met een speciaal concert gegeven door het vocaal ensemble "Musica Cantat" onder leiding van Bart Kockelkoren.
Met medewerking van vele solisten werden een twintigtal kerstliederen uit verschillende landen ten gehore gebracht.

emaillewerk op lezenaar dagkapel van Walter van Hoorn

'n de nacht voor de heringebruikname werd de huishoudster, mevrouw Nicolaas, wakker van vreemde geluiden, zij zag enkele personen met "iets" weglopen. Bij controle bleek dat het beeld van de Goede Herder, gemaakt door Johan Curtis, uit de nis was weggehaald.
 
Zomer 1986 werd pastoor Franssen benoemd tot rector van het academisch ziekenhuis te Maastricht. Hij werd opgevolgd door de zeereerwaarde heer J. Salden, voorheen pastoor in Swalmen.
 
Na een feestelijke intocht werd pastoor Salden, op 7 december 1986, tijdens een plechtige Eucharistieviering door deken Schulpen geïnstalleerd.
Bij deze viering assisteerden pastoor L. Hausmans, pastoor P. Wierts, em. pastoor H. Vliegen en em. pastoor, L. Pricken.
 
In 1987 was de torenspits dringend aan reparatie toe.
De leien van het dak moesten vervangen worden. Om de kosten enigszins te drukken werden er gedurende de Terwinseler Straatmarkt van dat jaar leien te koop aangeboden.
Deze werden voorzien van de naam van de koper en later op het dak geplaatst.
 
Na een grondige schoonmaakbeurt plaatste pastoor Salden de haan en het kruis op 22 augustus 1987, weer terug op de toren. Hiervoor werd hij staande in een korf door een kraan omhoog gehesen. Na het plaatsen van het kruis en de haan sprak pastoor Salden de sinds die tijd gevleugelde woorden: " D'r Herjot woeënt werm op d'r Sjtaat".

Op 22 april 1988 overleed op 81 jarige leeftijd, geheel onverwacht, pastoor Vliegen. Hij was pastoor van Terwinselen van 1959 tot 1977. Na zijn emeritaat assisteerde hij tot zijn dood in onze kerk. Hij werd op het parochiekerkhof begraven.
Toen in 1990 bleek dat de toren op nieuw in de steigers moest was dat een grote financiële tegenvaller. De oorzaak hiervan was de slechte toestand van het voegwerk waardoor diverse stenen los waren geraakt. Bij nadere inspectie bleek dat ook vele zandsteenblokken vervangen moesten worden. Met deze werkzaamheden werd gestart op 21 mei 1990 en het zou tot november 1990 duren voordat alle werkzaamheden waren beëindigd.
Tijdens deze werkzaamheden werd de overbuurman van de kerk, dhr. Sijstermans, 's nachts twee keer opgeschrikt door kabaal op de steigers. Later bleek dat er beide keren een wijzer van de klok was gestolen.
1991 was er opnieuw reden tot feest voor de parochie. Pastoor Salden, door mgr. Moors in ]966 tot priester gewijd, vierde zijn 25 jarig priesterfeest. Een voor dit doel opgericht feestcomité bereidde in nauw overleg met de pastoor de feestelijkheden voor.

Op I e Pinksterdag 1991 werd de feestdag ingezet
met een plechtige Eucharistieviering, opgeluisterd door het kerkelijk zangkoor St. Barbara en de muziekverenigingen Odeon en Callistus. De jubilaris ging in deze viering voor met als concelebranten, oud deken Schulpen van Kerkrade en pastoor Janssen van Epen.
Na de Eucharistieviering brachten de muziekkorpsen een aubade op het kerkplein, waarna men in optocht naar het Gemeenschapshuis trok, alwaar 'n drukke receptie plaatsvond. De feestdag werd besloten met een gezellig samenzijn met familie en vrienden.

75 JAAR PAROCHIE TERWINSELEN

In 1994 is het 75 jaar geleden dat in de buurtschap Terwinselen de parochie O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen werd gesticht. Om dit kroonjaar niet ongemerkt voorbij te laten gaan zal er een feestweek worden georganiseerd waarin door een aantal activiteiten van vieren en feesten uitdrukking gegeven zal worden aan samen-leven in onze geloofsgemeenschap. Als blijvende herinnering aan dit jubileum zal er een glas-in-loodraam, voorstellende: "de verrijzenis van Christus, geflankeerd door de engelen en de vrouwen bij het lege graf" worden aangeboden. Het is een ontwerp van J. Rijs en vervaardigd door het glazeniersbedrijf Flos uit Steyl. Het raam zal boven de hoofdingang van de kerk geplaatst worden.



RONDGANG en BEZICHTIGING

Algemeen
De parochiekerk" De Onbevlekte Ontvangenis van de H. Maagd Maria" van Terwinselen dateert uit 1922. De grond was oorspronkelijk eigendom van de Belgische graaf Louis de Marchant et 'd' Ansembourg. Het benodigde geld voor de aankoop van de grond werd geleend bij het ondersteuningsfonds van de Staatsmijnen.
De bouwpastoor was de z.e.w. heer J.H.Spierts. De kerk is gebouwd met z.g. veldbrandsteen; deze stenen zijn gebakken in een speciaal voor de bouw van de school en de kerk van Terwinselen gebouwde veldbrandoven. Deze oven bevond zich op de plaats van de huidige dr.Nolensstraat. Het benodigde grind werd ten zuiden van de huidige Winselerhof gewonnen. De buitensokkel en de versieringen van de kerk zijn van "Nievelsteiner zandsteen", afkomstig uit een groeve te Herzogenrath. De eerste steenlegging vond plaats op 10 juli 1921. In de loop der jaren zijn er verschillende grote renovaties verricht omdat de kerk veel last had van "mijnschade" en vochtinwerking.
Pastoor Spierts deed in 1929 een verzoek aan de, toen nog jonge, kunstschilder Charles Eyck, om medewerking bij de verfraaiing van het interieur van de nieuwe kerk. Charles Eyck heeft deze medewerking gaarne verleend. Vele schilderingen van zijn hand sieren ook vandaag nog deze kerk. Naast de werken van Charles Eyck zijn er ook schilderwerken van René Smeets, Arthur Nols en Frans Nols te bewonderen. Tevens zijn er in de kerk kunstwerken op het gebied van houtsnijwerk, zandsteen-beeldhouwwerk,
glas-in-Iood, glasapplicaties, emaille enz, gemaakt door Edmond Wesseling, Schiffelers, Nico Duprez, Theo Lenartz en Walter van Hoorn.

Buitenkant van de kerk
De toren is 45 m hoog. Het kruis is gemaakt van smeedijzer, de haan is bedekt met bladgoud. Beide zijn in 1990 gerestaureerd.
Opvallend is de afwerking met natuursteen langs de dakrand en de omlijsting van de ramen van de kerk. In de voorgevel staat een beeld ván Maria Onbevlekt Ontvangen, uitgewerkt in zandsteen. Uit zandsteen zijn ook de beide cirkelvormige reliëfs, links en rechts van dit beeld. Deze stellen voor: de "Porta Regis" (Koningspoort) en de "Turrris Davidica" (Toren van David). Dit zijn twee aanroepingen in de litanie van O.L. Vrouw van Loreto. Deze kunstwerken zijn gemaakt door de steenhouwers Schiffelers en zijn zoon Jozef. Aan de zuid-gevel (pastoriezijde) bevindt zich een zonnewijzer.

Interieur van de kerk
Volg aan de hand van de plattegrond de route door de kerk om de belangrijkste kunstwerken te bezichtigen.

Muur-westzijde
(1) Het decoratieve schilderwerk boven de hoofdingang en de (2) muurschildering "Koning David" boven de zij-ingang zijn vervaardigd door René Smeets. Hij was leerling van Charles Eyck en assisteerde Eyck bij de verfraaiing van de kerk, nadat deze uit Frankrijk was gearriveerd om met zijn opdracht te beginnen.

(3) Doopkapel (toren) Doopvont, uit zandsteen, gemaakt door Edmond Wesseling. Op het deksel (gedreven koper) staat de tekst: "Saivos Nos Fecit Per Lavacrum Regenerationis et Renovationis Spiritus Sancti" hetgeen betekent: " Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en vernieuwing door de H.Geest" (Titus 3,5) Cirkelvormig raam. Glas-in-Iood ontwerp van H.Loontjes. Op de ze plek bevond zich oorspronkelijk de entree van de toren. De bovenste helft van het raam was de ingangsboog van een deur. Tijdens de renovatie in 1940 werd de toren verstevigd, losgemaakt van de muren van de kerk en deze ingang gesloten.
(U bevindt zich hier onder de toren).
Paaskandelaar, uit kersenhout, gemaakt door Nico Duprez. Deze mijnwerker I kunstenaar, afkomstig uit Heerlen, maakte meerdere kunstwerken in houtsnijwerk voor de kerk.

Zijbeuk noord
(4) Muurschildering (boven) " H.Familie" door Arthur Nols. Dit is het enige schilderwerk van Arthur Nols dat in deze kerk bewaard is gebleven. Muurschildering (onder) "Pastoor van Ars" van Charles Eyck 1930. Volgens overlevering is dit werk gemaakt in acht uur tijd. Een mozaïek-ontwerp van de kunstenaar t.b.veen grafmonument voor kardinaal van Rossum was afgekeurd. De kunstenaar reageerde op die afwijzing door binnen bovengenoemde tijd dit werk te voltooien. (5) Muurschildering (boven links) "de Barmhartige Samaritaan ", Charles Eyck 1930. Muurschildering (boven rechts) "de Verloren Zoon" eveneens van Ch.Eyck 1930. Beide laatste taferelen zijn gesitueerd in een Limburgs landschap. Muurschildering (midden) decoratieve brede band met herten die zich laven aan de bron des levens; gemaakt door René Smeets. Schilderij op linnen (onder links): " De Geboorte van Christus" door Charles Eyck 1929. (Onder rechts): "De aanbidding van de Wijzen" , door Charles Eyck 1929 (6) Mariabeeld uit 1933, vervaardigd door Nico Duprez. (7) Beeld van de H. Antoniusvan Padua, Johan Curtis

Absis: Maria-altaar
(8) Schilderij op linnen" Vlucht naar Egypte", door Charles Eyck, 1929 (9) Altaar-tafel is vervaardigd uit zandsteen door de steenhouwers Schiffelers en zoon. De voorzijde is versierd met Maria-symbolen; v.l.n.r. Mystieke Roos, Lelie, Sterre der Zee. Maria-beeld in 1919 gemaakt door Jas Thissen uit Roermond, vroegere leerling van Petrus Cuypers. De zilveren kroon en het achterpaneel zijn vervaardigd door edelsmid Bert Kreyen uit Kerkrade (10) Kruisbeeld, eikenhout, vervaardigd door Nico Duprez in 1925

(16) Ambo en Lezenaar, vervaardigd door Math Schaeps, uit de balustrade van de voormalige preekstoel. Aan de voorzijde de symbolen van de vier evangelisten. Lessenaar, met Bijbel, is uit materiaal van de vroegere preekstoel gemaakt. Aan de voorzijde van de houten altaartafel zijn in 1999 ter verfraaiing vignetten in koper aangebracht. De vignetten, symbolen van doopsel, vormsel, eucharistie, huwelijk en begrafenis, zijn, naar ontwerpen van Walter van Hoorn, vervaardigd door Math Schaeps. (17.) Angelusklokje. Tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 werden alle kerk-klokken geconfisceerd door de bezetter. Pastoor Spierts haalde dit klokje tijdig uit de toren, waardoor het bewaard bleef voor de parochie.

Dagkapel
In 1974 werd de voormalige meisjeskapel omgebouwd tot dag kapel. Het interieur is een ontwerp van mevr. Marjo Prevoo Lucassen, binnenhuisarchitecte te Simpelveld. (18) Emaillewerk (op tabernakel), "Brood en Vis" gemaakt door Walter van Hoorn in 1982. (19) Emaillewerk (op lezenaar), "Christus, omringd door de 4 symbolen van de evangelisten"; van Walter van Hoorn, 1982. Beide werken zijn door pastoor Huub Vliegen geschonken aan de parochie.
(20) Dubbelzijdig kruis (op altaar), van Walter van Hoorn, 1965, naar het kruis van St. Franciscus van Assisi.
(21) Schildering op linnen (boven links), "Boodschap van de engel aan Maria", Charles Eyck ,1929.
Schildering op linnen (boven rechts) "verdrijving uit de tempel", Charles Eyck 1929.
Muurschildering (onder rechts), "Opdracht in de tempel", Charles Eyck 1930 (22) Muurschildering (midden boven), "Aartsengel Gabriël", Charles Eyck 1930. (23) Emaillewerk (aan muur oostzijde) " O.L.Vrouw van Altijd durende Bijstand, Walter van Hoorn, 1970 Kruisbeeld (aan muur oostzijde) 1840. Gepolychromeerd hout. Harmonium, "Worchester Reed Organ" uit de 1ge eeuw, bouwjaar onbekend. Orgelbouwer W.Kooij.
(24) Mariabeeld, afkomstig uit de Nicolauskerk in Aken. Het is geschonken ter gelegenheid van de toewijding van de parochie aan koningin Maria op 12 september 1937.

Sacristie
In 1974 werd de voormalige jongenskapel omgebouwd tot sacristie. (37) schildering op linnen, (boven rechts) "Intocht in Jeruzalem", Charles Eyck, 1929 (38) Schildering op linnen" Bezoek van Maria aan Elisabet", Charles Eyck 1929 (39) Muurschildering "Opwekking jongeling van Naïm", Charles Eyck 1930

Absis: Jozef-altaar
(25) St. Jozefaltaar uit zandsteen, door de steenhouwers SchiffeIers en zoon. Emaillewerk "St.Jozef' , van Walter van Hoorn, 1978. Afscheidsgeschenk van pastoor Huub Vliegen aan de parochie, bij gelegenheid van zijn emeritaat. (26) Houtsnijwerk ( in de gedachteniswand) "Piëta" van Nico Duprez. Voormalig onderstuk van een kruisbeeld van Nico Duprez, dat stond op hoek Hubertuslaan-Singelweg. (27) Beeld "H.Barbara", oorsprong Spanje. Geschenk uit de erfenis van pastoor Huub Vliegen in 1988. (28) Ramen, geëtst glas. Werken van Frans Nols.

Zijbeuk-zuid
(29) Beeld" H.Aegidius", van Johan Curtis (30) Muurschildering, rechts boven "Christus in de hof van Olijven"; links boven: "De Verrijzenis", CharlesEyck1930. Muurschildering, midden: decoratieve brede band met herten die zich laven aan de bron des levens, René Smeets. Schildering op linnen, links onder: " laat de kleinen tot mij komen"; onder rechts: "de arme Lazarus",Charles Eyck 1929 (31) Muurschildering "Sint Hubertus", Charles Eyck 1930 (32) H.Hartbeeld, gemaakt door Nico Duprez 1930, (33) Kruiswegstaties, ca 200 jaar oud. Oorsprong onbekend. Door bemiddeling van pastoor Spierts in bezit van deze kerk. De staties stammen uit een Jezuïetenklooster in Aken. Gezien de verschillen in stijl vermoedelijk vervaardigd door leerlingen van een schildersschool. Tijdens kerkrenovatie in 1985 zijn deze staties gerestaureerd door dhr.Schenkelaer.

Muur-zuidzijde .
(34) muurschildering, boven zij-ingang, H.Christophorus, René Smeets (35) Glas-in-Iood raampje (ingangsportaal) van Frans Nols, 1955, (36) Glas-in-Iood raam, boven hoofdingang: "de Verrijzenis van Christus", naar een ontwerp van Jan Rijs, vervaardigd in atelier Floss in Tegelen. Geplaatst bgv het 75-jarig bestaan van de parochie in 1994.

Oksaal
Orgel Dit orgel is afkomstig van de kerk van Spekholzerheide. Over de oorsprong zijn geen gegevens bekend. Het binnenwerk (mechaniek en pijpen) zijn niet authentiek voor dit orgel. Vermoedelijk zijn het binnenwerk en de ombouw speciaal voor de kerk van Terwinselen samengebouwd.

September 2005