Bij zijn vertrek bij de mijn, op I juli 1918, deelde ir. St. van Schaik mee dat een spoedige benoeming van een rector voor Terwinselen verwacht kon worden.
Op een dag in september 1918 kwam "Sjang", de portier van Rolduc, naar Nieuwenhagen bij de toenmalige kapelaan Spierts met de boodschap dat monseigneur Schrijnen hem op Rolduc verwachtte. .
Niemand zal het verwonderen dat kapelaan Spierts, alvorens hij zich op weg begaf, eerst even zijn geweten onderzocht of hij niets op zijn kerfstok had.
Vrij gerust betrad hij de vertrouwde vestibule en ging eerst zijn vriend, provisor Rutten, opzoeken om daar zijn licht op te steken aangaande het motief van deze ongewone audiëntie. Dit bleek niet geheel vruchteloos, al gaf het geen echte duidelijkheid omtrent de oproep.
Bij de bisschop aangekomen, vernam kapelaan Spierts dat deze 'n opdracht voor hem had. Hij wilde hem tot rector benoemen.
"En raad nu eens in welke plaats"?
Ingaande op de suggestie van de provisor zei de kapelaan: " Misschien Haanrade?"
Waarop monseigneur Schrijnen antwoordde: "Nee, Terwinselen".
Kapelaan Spierts had hiertegen nogal wat bezwaren. Hij dacht dat hij hiervoor te jong en te onervaren was. Bovendien woonden in dat gebied zijn naaste verwanten.
Deze bezwaren werden door de bisschop weerlegd. Met zijn zegen en goede wensen nam de bisschop afscheid van de meer onthutste dan gelukkige kapelaan, die nu wist welke zware taak hem wachtte in Terwinselen.
Enkele dagen later bereikte hem de navolgende, eigenhandig geschreven, brief van de bisschop:
Roermond 18 September 1918
Weleerwaarde kapelaan,
Zoals ik met u heb afgesproken benoem ik u thans tot rector in Terwinselen met de opdracht 'n nieuwe parochie uit de gehuchten Terwinselen, Kaalheide en Onderspekholz te vormen.
Ik bid God dat Hij uwen arbeid aldaar rijkelijk moge zegenen.
met hoogachting,
L.J.A.H. Schrijnen.
De tijding van de benoeming was spoedig doorgedrongen tot Terwinselen. De volgende zondag verscheen reeds een deputatie van het rectoraat op de kapelanie te Nieuwenhagen.
Op 15 oktober 1918 verhuisde de nieuwe rector al naar Terwinselen, Spekholzerheideweg (Heistraat) no. 6.

Het benodigde geld werd geleend bij het ondersteuningsfonds van de Staatsmijnen.
Achteraf bleek dat de koop precies op tijd was gesloten. Pastoor Spierts vernam een dag na aankoop dat de staatsmijn van plan was om nog 'n stuk grond, grenzend aan het toen al bestaande rangeerterrein, te verwerven.
De kerk zou dan onmiddellijk aan het mijnterrein grenzen. Nu bleef dit nog op voldoende afstand. Kort na de aankoop van de grond ontstond voor de jonge parochie een nieuw probleem.
In juni 1919 werden de kinderen van Terwinselen die tot Schaesberg behoorden, van school naar huis gestuurd, omdat er voor hen geen plaats meer was op de school van Spekholzerheide.
In nog geen week tijd werd 't laatste huis aan de Spekholzerheideweg omgetoverd tot 'n schooltje. Deze noodtoestand droeg er toe bij dat er nog meer haast geboden was met de bouwplannen van de school.
Architect Groenendaal uit Maastricht maakte een ontwerp voor een dubbele school, dat op 6 september 1919 werd goedgekeurd. .
Half september 1919 werd de school al uitgezet. Om te profiteren van het zonlicht werden de klaslokalen aan de zuidkant gesitueerd. Om de bouwkosten te drukken werd een eigen "brikkenbakkerij" opgezet. Deze bevond zich de plaats van de tegenwoordige Dr. Nolenstraat. Dhr. Tummers was de steenbakker. .
De benodigde leem werd verkregen door de omliggende grond I meter af te graven, (vernomen uit een opgenomen gesprek met den heer Frans Crombach, geboren in 1894 en overleden in het bejaardentehuis" Firenschat" in 1989).
Het grind werd ten zuiden van de Terwinselerhof gewonnen.
Bij het Algemeen Mijnwerkers-Fonds werd een lening afgesloten ter grootte van f 25.500. Uiteindelijk bleek dit enkele tienduizenden guldens te weinig te zijn.
De fundamenten van de school waren vóór de winter gereed. Zo kon er in het voorjaar gestart worden met het metselwerk. Op 15 mei 1920 werd de eerste steen gelegd door deken Schijns van Kerkrade samen met pastoor Spierts en het kerkbestuur. Aanwezig waren ook dr. Verhagen, de heer Bours het pas benoemde hoofd van de school, dr. van Gils inspecteur van het bisdom, architect Groenendaal en uitvoerder L. van der Poel.

In processie ging men na het lof op weg naar de bouwplaats van de kerk. Onder begeleiding van het muziekkorps van de Staatsmijn Wilhelmina trok deze stoet door Terwinselen. Vertegenwoordigd waren alle godsdienstige- en sociale verenigingen met vaandels en banieren, de schooljeugd met onderwijzend personeel, tal van autoriteiten en parochianen. De nationale driekleur sierde
vele huizen langs de route.
De eerste steen werd in de stoet meegedragen. Het terrein van de kerk was feestelijk versierd met Nederlandse en kerkelijke vaandels.
Honderden belangstellenden volgden de door deken Franck verrichte ceremonie.
Tal van autoriteiten waren aanwezig, zoals: mgr. dr. PoeIs, deken Brewers van Heerlen, de pastoors van Spekholzerheide, Eijgelshoven, Heerlerbaan, Welten, Klimmen en Vaals. Verder de kapelaans Gerards van Kerkrade, FIecken van Gulpen, de staatsmijn-directeur mr. dr. Frowein, de burgemeesters van Kerkrade en Schaesberg en de doktoren Willemse en Retera, alsmede het voltallige kerkbestuur.
Vóór het inmetselen van de oorkonde las pastoor Spierts de tekst en de namen van de ondertekenaars voor. Daarna dankte hij allen voor het meevieren van deze plechtigheid en besloot hij met de woorden: "Groot is het werk, omdat het huis gebouwd wordt voor God".
Op 20 september 1921 werd de weleerwaarde heer F. Krijn, tot dan kapelaan in Heerlerheide, tot eerste kapelaan van onze parochie benoemd. Ongeveer een maand later vestigde hij zich in
de kapelanie aan de Singelweg. .
Door de snelle groei van de bevolking was deze komst van een kapelaan niet overbodig. Uit het doophoek blijkt dat het eerste kind dat door kapelaan Krijn werd gedoopt, al de 77 ste dopeling in 1921 was.
Eind februari 1922 werd er een heg in gemaakt met de houw van de pastorie. Gelijktijdig startte de gemeente Kerkrade met de aanleg van de Hubertuslaan. Ook ontving het kerkbestuur rond deze tijd de ontwerptekeningen voor het klooster. Deze werden kort daarna goedgekeurd.
De bouw van de kerk vorderde voorspoedig. Ter verfraaiing werd gebruik gemaakt van zandsteen.
In de voorgevel ontstonden van de hand van de steenhouwers Schiffelers, vader en zoon Jozef, twee symbolen van Maria n.l. de "Porta Regis" en de "Turies Davidica" , de poort van de koning en de toren van David.
Ook de beide zijaltaren, het hoofdaltaar, de biechtstoelen en de communiebanken werden door hen vervaàrdigd. Tijdens de renovatie van 1974 werden de biechtstoelen en communiebanken verwijderd

Ook de jongensschool naderde met rasse schreden haar voltooiing. In de voormiddag van 27 mei 1922 werd in de gymzaal van de jongensschool de meiboomviering gehouden.
Half juli van dat jaar was het pleisterwerk van de koepels gereed.
Het leggen van de stenen- en houten vloeren, het voegwerk van de buitenkant, het plaatsen van de "glas in lood" ramen, waren werkzaamheden die nog moesten gebeuren, evenals het aanbrengen van het massieve beeld van de Onbevlekt Ontvangene in de voorgevel (vervaardigd door Johan Curtius).
Johan Curtius maakte ook het beeld van "De goede Herder", dat later in de gevel van de pastorie geplaatst werd.
Het wachten op het tabernakel en de kluisdeur voor de sacristie bracht nog behoorlijk wat spanning in de laatste dagen voor de inwijding te weeg, maar alles kwam gelukkig op tijd gereed.
In de vroege ochtend van 14 augustus 1922 was men reeds druk in de weer met het plaatsen van vlaggen en erebogen voor de ontvangst van monseigneur Schrijnen.
Met drie rijtuigen, waarin de kerkmeesters, de twee gebroeders Keybets (pastoors) en pastoor Spierts hadden plaatsgenomen, werd de bisschop aan het station van Heerlen afgehaald. Ondanks de regen was er op het Maarplein een grote menigte mensen verzameld. Op een op het plein opgestelde kiosk werd de bisschop door twee jongens een ruiker bloemen aangeboden.
De volgende dag, 15 augustus 1922, werd er door de bisschop om 8 uur een H. Mis opgedragen in de noodkerk. Daarna volgde de wijdingsplechtigheid.
De bisschop werd hierbij geassisteerd door: de pastoor en de kapelaan, de toenmalige directeur A.v.d. Venne, provisor J. Rutten van Rolduc, pastoor J. Nicolaye van Molenberg, pastoor H. Keybets van Klimmen, pastoor F. Keybets van Welten, pater-rector Stanislaus van Kaalheide, pater-rector Lugesius van Bleijerheide en pastoor H. Krentzer van Nieuwenhagen.
Deken A.B Brewers van Heerlen en deken J. Franck waren door ziekte verhinderd.
Deze 15e augustus was een sombere regendag. Het regende tijdens de overbrenging van het Allerheiligste van de noodkerk naar de nieuwe kerk en gedurende de wijdingceremonie, die gedeeltelijk buiten plaats vond. Pas 's avonds, toen de fanfare een serenade bracht aan de hoge gasten op de Winselerhof, werd het droog en brak de zon door.
Na deze feestelijkheden ging men verder met de bouw van kerk, klooster, pastorie en de kapelanie aan de Dr. Nolensstraat.
De pastoor betrok de pastorie op 20 december 1922 en in januari 1923 werd de kerktoren voltooid. Het was 1924 voor alle bouwwerken klaar waren.
Nadat de toren voltooid was, werd de fao Eysbouts uit Asten benaderd voor het leveren van één uurwerk en drie klokken. De grootste klok werd geschonken door de parochianen. Het oude journaal van pastoor Spierts vermeldt dat de bijdragen aan deze klok varieerden van enkele dubbelljes tot duizend gulden.
De inscriptie van deze klok van 780 kg. luidde:
"Ad gloriam et laudem Christi salvatoris regis totius generis humani alta sono voce parochianorum fusa largitate".
"Tot eer en lof van Christus, Koning, Verlosser van heel het menselijk geslacht klink ik met luide stem. Gegoten door vrijgevigheid van de parochianen".
De tekst op de 2' klok van 470 kg. luidde:
"In honorem Beatae Mariae Immaculata Concepta ecclesiae patronae me dederunt Petrus Franssen et Maria Petronella Vorage".
"Tot eer van de heilige Maria Onbevlekt Ontvangen patrones van de parochie hebben Petrus Franssen en Maria Petronella Vorage mij geschonken".
en tot slot de 3e klok met een gewicht van 275 kg.:
"In honorem sancti Josephi operariorum patroni principis primus hac in vinea Domini operator me fundi fecit".
"Tot eer van de heilige Jozef, eerste patroon van de ambachtslieden, heeft de eerste werker in deze wijngaard van de Heer mij laten gieten".
De totale kosten voor de drie klokken bedroegen f 3.350,- .
De klokken werden op Hemelvaartsdag 1926 ingezegend door deken J. Nicolaye van Heerlen.
DE INRICHTING EN AANKLEDING VAN DE KERK.
De aankleding van de kerk vergde nog veel werk. Er werden drie beelden geplaatst van Johan Curtius, n.l. de H. Aegidius aan de epistelzijde, de H. Antonius aan de evangeliezijde en op 't rechter zijaltaar de H. Jozef.
Op het linker zijaltaar kwam een Mariabeeld uit de ateliers van Jos Thissen en zn. uit Roermond, gedateerd 1919 (vroegere leerling van Petrus Cuypers).
Door de parochiaan Edmond Wesseling werden ook verschillende beeldhouwwerken gemaakt. Dit waren: de preekstoel, met hierop een beeltenis van een familie luisterend naar de prediking van Christus, verder een beeld van de H. Augustinus met een kind dat de zee in een klein kuiltje wil scheppen, (het geheim van de H. Drievuldigheid). en een beeld van de profeet Ezechiël.
Voor het hoofdaltaar maakte de heer Wesseling nog twee zijstukken, die naast het tabernakel werden geplaatst. Op het ene zijstuk een voorstelling van de H. Juliana van Luik, die 'n visioen heeft van 'n vlek op de maan. (het ontbreken van een feest ter ere van 't H. Sacrament) Op het andere de overhandiging van 't H. Officie, van 't H. Sacrament door de H. Thomas van Aquino aan Paus Eugenius lIl, de vroegere aartsdiaken van Luik, aan wie de H. Juliana haar visioen openbaarde.
Deze beide zijstukken werden in 1948 bij 't plaatsen van een tryptiek naast het altaar opgehangen en nog later in 1976, bij 't bekleden van de boog rond de absis, verwijderd uit de kerk.

temperd blauw. en geel. u
De schilder vervolgde zijn werk met het maken van grote doeken voor de kinderkapellen. In de meisjeskapel, nu dagkapel, schilderde hij "de uitdrijving van de kooplui uit de tempel" en de "boodschap van de engel aan Maria".
In de jongenskapel, nu sacristie, schilderde hij "het bezoek van Maria aan haar nicht Elizabeth" en "de intocht in Jeruzalem" .
Al deze taferelen werden uitgevoerd in zogenaamde "kelmische mineraalverf" . Deze schilderwerken ontstonden tussen 1929- I 930. In diverse krantenknipsels van april en juli 1930 werden lovende woorden over deze werken van Charles Eijck en René Smeets gepubliceerd.
In een brief van 27 juli 1930 schreef de schilder, dat hij bezorgd was over de nog lege muren in' de kapellen. In dezelfde brief gaf hij René Schmeets de vrijheid om volledig naar eigen inzicht de vlakken van de zijaltaren in te vullen.
Op 5 augustus 1930 schreef hij, dat hij spoedig naar Limburg zou komen en een ontwerp-compositie mee zou brengen van "de wonderbare visvangst" bestemd voor het kruisgewelf. Terug in Nederland schilderde hij eerst in de kinderkapellen "de opwekking van de zoon van de weduwe" en "de opdracht in de tempel".
Het ontwerp voor het kruisgewelf werd goedgekeurd. Eijck schilderde hier achtereenvolgens: "Jezus preekt vanuit het scheepje", "Jezus met de apostelen op het woelige water", "de rijke visvangst" en "de wandeling van Jezus over het water".
Op de muurvlakken boven de (verwijderde) biechtstoelen in de zijbeuken, schilderde René Smeets brede banden met herten die zich laven aan de Bron des Levens.
Daarboven schilderde Eijck aan de noordkant de verhalen van "de verloren zoon" en "de barmhartige Samaritaan"; aan de zuidkant "de verrijzenis van Christus" en "Jezus in de hof van Olijven" .
In de gewelven tegenover de doopkapel schilderde Eyck nog Christus als tuinier en een compositie van de Samaritaanse vrouw bij de put die Christus water aanbiedt.
Op een dag dat de kunstenaar slecht geluimd was, als gevolg van een afkeuring van een mozaïek-ontwerp t.b.v. een grafmonument voor de overleden bisschop van Utrecht, schilderde hij in 8 uur tijd het tafereel van "pastoor van Ars". (In de zijbeuk tegen de torenwand)
Bij latere renovatiewerkzaamheden ging dit schilderwerk bijna verloren, doordat het met beton werd besmeurd. Door het beton met spons en water te verwijderen kon dit voorkomen worden.
schilderde Eijck een jachttafereel van de H. Hubertus. Op de twee steunpilaren van het oksaal werden musicerende engelen geschilderd.
Links en rechts van het hoofdaltaar werden schilderingen aangebracht door René Schmeets. Hij schilderde ook de afbeeldingen boven de beide zijingangen: links de H. Christoffel, daarnaast de H. Gerlachus, rechts de doop van Christus in de Jordaan en koning David met de harp.
René bracht ook de versieringen aan op de pilaren. Op de bogen bij de
zijaltaren schilderde Charles Eijck nog vier taferelen, "Christus geboeid met doornenkroon", "Jezus de goede herder", "de H. Theresia van Lisieux" en de "H. Petrus Canisius".
De wereldcrisis in de jaren dertig had ook gevolgen voor de Staatsmijnen.
Door afzetmoeilijkheden werd het aantal werklieden door ontslag en verplaatsing sterk gereduceerd. Ook moest het bedrijf regelmatig worden stilgelegd. Tevens werd in 1934 overgegaan tot het instellen van werkvrije dagen, de z.g. verzuimdagen. Deze "verzuimdagen" bedroegen in 1932. 9, in 1933. 19, en in 1934. 18. Bij de opleving van de economie, eind 1936, werd het aantal "verzuimdagen" verlaagd.
Als gevolg van mijnschade stortte op le Kerstdag 1939 tijdens 't luiden van de klokken door M. Schaeps, een gedeelte van de koepel boven het priesterkoor in. Gelukkig vond dit een half uur na afloop van de H. Mis plaats, zodat daarbij geen slachtoffers vielen. Deze gebeurtenis luidde de eerste renovatie in.
De Staatsmijnen wilden liever de kerk slopen en een nieuwe bouwen. Maar pastoor Spierts ging hiermee niet accoord. Onder toezicht van de Staatsmijnen, vond begin 1940 de eerste renovatie plaats. De koepels boven het priesterkoor en het middenschip werden gesloopt. Op de kolommen stortte men bogen van gewapend beton waartussen 'n vlechtwerk van draad werd gespannen dat later werd gestukadoord. Bij deze restauratie is veel van het oorspronkelijke werk van Charles Eijck verloren gegaan. Na deze restauratie schilderde Charles Eyck in 1941 een "Ecce Homo" in' de nieuwe koepel achter het hoofdaltaar. '
De kunstschilder Arthur Nols bracht op elk steunpunt van de koepel een levensgrote engel aan. Op de bogen van de koepels boven de zijaltaren schilderde hij vier afbeeldingen n.l. de H. Aegidius, de H. Willibrordus, de H. Servatius en de H. Callistus. Helaas zijn deze engelen en heiligen in 1973-1974 overgeschilderd. Tegen de torenwand in de noordbeuk ontstond van zijn hand een afbeelding van de H. Familie.
Door bemiddeling van pastoor Spierts kwam de kerk in bezit van diverse kunstwerken.
een 18e eeuwse kruisweg, gezien de verschillen in schilderstijl, vermoedelijk vervaardigd door meerdere leerlingen van een schilderschool. De juiste herkomst
is niet bekend. Bij een latere renovatie, ten tijde van pastoor Franssen, is deze gerestaureerd door dhr. Schenkelaar .
een groot houten Mariabeeld, afkomstig uit de Nicolaus-kerk te Aken, Het is een herinnering aan de toewijding van de kerk aan koningin Maria op 12 september 1937. werken van de mijnwerker/beeldhouwer Duprez zoals:
een staand kruisbeeld uit 1925,
twee grote houten beelden van 't H. Hart en de H. Maria uit 1932,
een houten paaskandelaar,
een kerkribbe, (uit één stuk hout gesneden figuren),
het onderstuk van een wegkruis (piëta). Voormalig wegkruis op de hoek Hubertuslaan-Singelweg. Na vernieling van de corpus werd dit onderstuk in de kerk geplaatst. Kunstenaar Bruno Schol maakte een nieuw wegkruis voor deze hoek.


Laudo Barbaram Beatam
Martyrio Deo Gratam
Te Laudantem Familiam
Trahe Post Te Ad Gloriam
Letterlijk vertaald:
Ik prijs Barbara de gelukzalige, door haar martelaarschap aan God geliefd,
De U prijzende familie
trek (die) na U naar de Heerlijkheid.
Wat vrijer vertaald:
Ik prijs de gelukzalige Barbara,
die door haar martelaarschap aan God geliefd is
Barbara, voer de familie
(= kerkgemeenschap, parochie) die u prijst, achter U aan naar de Hemel.
't Opschrift van de 3e klok luidt:
Meum Trahor Audite
Voco Vos Ad Sacra Venite
St. Joseph Laborans Pro S.Familia Sanctifica Familias Nostras.
Letterlijk vertaald:
Terwijl ik getrokken word, luistert! Ik roep U naar de heilige dingen, komt!
St. Joseph, werkend voor de Heilige Familie, maak heilig onze families.
Wat vrijer vertaald:
Luistert naar mijn geluid (en gebeier). Ik roep jullie naar de eredienst, komt
Sint Joseph, die altijd werkt in dienst van de H. Familie. Heilig onze gezinnen
Nog enkele vermeldenswaardige zaken uit de jaren vijftig:
* In 1955-1956 werd de koepel van het priesterkoor voorzien van een plafondschildering,
"de kroning van Maria" door Frans Nols, zoon van Arthur Nols.
Een aantal glas-in-lood ramen werden in deze periode vervangen door blank en geëtst glas, verbonden door samensmelting.
Frans Nols maakte in 1955 een glas-in-lood raam voor het portaal van de zuidelijke ingang.
Pastoor Spierts vierde op 7 april 1958 zijn gouden priesterfeest. In december van dat jaar ging hij met emeritaat.
Hij vestigde zich in St. Geertruid waar hij op 10 augustus 1961 tijdens werkzaamheden in zijn tuin overleed.
De stichter van de parochie Terwinselen werd begraven op ons parochiekerkhof alhier. Het grafkruis werd vervaardigd door Nico Duprez.
TERWINSELEN NA PASTOOR SPIERTS De zeereerwaarde heer H. Vliegen, voorheen bouwpastoor van de parochiekerk Maria Goretti te Nulland, werd op 31 december 1958 6enoemd tot pastoor van Terwinselen.

* Zo werden verouderde misgewaden vervangen en koperen kandelaars gekocht ter verfraaiing van het priesterkoor.
De zandstenen preekstoel, gemaakt door Edmond Wesseling, werd verwijderd en vervangen door 'n koperen preekstoel versierd met de symbolen van de 4 evangelisten
Het tabernakel werd 180 graden gedraaid en aan de voorkant voorzien van een emaillewerk, voorstellende de Emmausgangers. Dit werd vervaardigd door Cremers uit Tilburg naar een ontwerp van Hans Claassen uit 1959.
Het hoofdaltaar werd in 1960 bekleed met travertin en Frans Nols vervaardigde vier mozaïeken die aan de voorkant van de tafel werden geplaatst.
Eveneens in 1960 werd er conform het gebruik van deze tijd, een altaar "met het gezicht naar het volk" geplaatst. Dit altaar was een geschenk van de staatsmijn Wilhelmina.
De handmatige bediening van de kerkklokken (het klokkentouw) werd vervangen door een elektrische luidinstallatie.
Gezien de verouderde toestand van de verwarmingsinstallatie op cokes, werd deze aangepast voor het gebruik van aardgas.
Nog meer aanpassingen volgden:
* In 1966 werd de kerk voorzien van een nieuw dak.
* Vele Latijnse misteksten werden in deze periode vervangen door Nederlandse teksten.
* Ter bevordering van de verstaanbaarheid van de voorganger werd er een geluidsinstallatie in de kerk geplaatst.
Op 22 april 1969 berichtte de Nieuwe Limburger het overlijden van de zeereerwaarde heer F. Krijn, eerste kapelaan van onze parochie.
Pastoor Krijn overleed kort na zijn gouden priesterjubileum en is begraven op 't kerkhof van Uden. Bij zijn vertrek naar Noorwegen in 1925 schonk de parochie hem een gouden kelk. Na zijn overlijden werd deze kelk, met afbeeldingen van de steenberg van de mijn, de Noorse fjorden en de parochiekerk van Terwinselen, door zijn erfgenamen aan onze parochie geschonken.
In augustus van het jaar 1969 werd de Staatsmijn Wilhelmina gesloten.
In 1973-1974 vond er opnieuw een renovatie plaats aan 't kerkgebouw:
* De keldergewelven van het priesterkoor en de beide zijkapellen werden versterkt met betonnen balken en het elektriciteitsnet werd vernieuwd.
De jongenskapel werd omgebouwd tot sacristie. De meisjeskapel werd ingericht als dagkapel. In de nieuwe scheidingswanden naast het priesterkoor werden glasapplicaties aangebracht van de Heerlense kunstenaar Theo Lenarts.
De vloer van 't priesterkoor die door mijnschade verzakt was werd hersteld, vergroot en voorzien van parket.
De communiebanken werden verwijderd.
In verband met de uitbreiding van het priesterkoor werd een nis bij de vroegere preekstoel dichtgemetseld. In deze nis bevond zich 'n schilderwerk van Charles Eijck. Dit werk werd vóór het dichtmetselen geconserveerd, waardoor het alsnog bewaard is.
Ter afsluiting van deze renovatie werden de muren van de kerk, die zwaar beschadigd waren door mijnschade, opnieuw gestukadoord en geschilderd.
Hierdoor gingen vele schilderwerken van Arthur Nols verloren.
Van deze kunstenaar is enkel het tafereel van de H. Familie (links tegen de torenwand) bewaard gebleven.
Op 19 maart 1978 ging pastoor Vliegen met emeritaat. Bij zijn afscheid schonk hij aan de parochie een emaillewerk voorstellende de H. Jozef, vervaardigd door Walter v. Hoorn.
Van deze kunstenaar is tevens het tableau van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand uit 1970 in de dagkapel, alsmede het dubbelzijdig kruis uit 1965, een kopie van het kruis van H. Franciscus van Assisië (altaar dagkapel).



75 JAAR PAROCHIE TERWINSELEN
In 1994 is het 75 jaar geleden dat in de buurtschap Terwinselen de parochie O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen werd gesticht. Om dit kroonjaar niet ongemerkt voorbij te laten gaan zal er een feestweek worden georganiseerd waarin door een aantal activiteiten van vieren en feesten uitdrukking gegeven zal worden aan samen-leven in onze geloofsgemeenschap. Als blijvende herinnering aan dit jubileum zal er een glas-in-loodraam, voorstellende: "de verrijzenis van Christus, geflankeerd door de engelen en de vrouwen bij het lege graf" worden aangeboden. Het is een ontwerp van J. Rijs en vervaardigd door het glazeniersbedrijf Flos uit Steyl. Het raam zal boven de hoofdingang van de kerk geplaatst worden.
